Vindplaatsen van het woord kalmus in het oude testament (4 verzen):

Hooglied 4:14
Nardus en saffraan, kalmus en kaneel, met allerlei bomen van wierook, mirre en aloŽ, mitsgaders alle voornaamste specerijen.

Jesaja 43:24
Mij hebt gij geen kalmus voor geld gekocht, en met het vette uwer slachtoffers hebt gij Mij niet gedrenkt; maar gij hebt Mij arbeid gemaakt, met uw zonden, gij hebt Mij vermoeid met uw ongerechtigheden.

Jeremia 6:20
Waartoe zal dan de wierook voor Mij uit Scheba komen, en de beste kalmus uit verren lande? Uw brandofferen zijn Mij niet behagelijk, en uw slachtofferen zijn Mij niet zoet.

EzechiŽl 27:19
Ook leverden Dan en Javan, de omreizer, op uw markten; glad ijzer, kassie en kalmus was in uw onderlingen koophandel.