Vindplaatsen van het woord kerker in het nieuwe testament (5 verzen):

MattheŁs 14:3
Want Herodes had Johannes gevangen genomen, en hem gebonden, en in den kerker gezet, om Herodias' wil, de huisvrouw van Filippus, zijn broeder.

MattheŁs 14:10
En zond heen, en onthoofdde Johannes in den kerker.

Handelingen 5:21
Als zij nu dit gehoord hadden, gingen zij tegen den morgenstond in den tempel, en leerden. Maar de hogepriester, en die met hem waren, gekomen zijnde, riepen den raad te zamen, en al de oudsten der kinderen IsraŽls, en zonden naar den kerker, om hen te halen.

Handelingen 5:23
Zeggende: Wij vonden wel den kerker met alle verzekerdheid toegesloten, en de wachters buiten staande voor de deuren; maar als wij die geopend hadden, vonden wij niemand daarbinnen.

Handelingen 16:24
Dewelke, zulk een gebod ontvangen hebbende, wierp hen in den binnensten kerker, en verzekerde hun voeten in de stok.