Vindplaatsen van het woord kamers in de apocriefe geschriften (4 verzen):

Baruch 3:15
Wie heeft haar plaats gevonden, en wie is in haar schat kamers ingegaan?

1 Makkabeeën 4:38
En zij zagen het heiligdom verwoest, en het altaar ontheiligd, en de poorten verbrand, en in de voorhoven struiken gewassen, als in een kreupelbos of als op een van de bergen, en de kamers der priesters verwoest;

1 Makkabeeën 4:57
En versierden het voorste deel van de tempel, met gouden kronen en schilden, en vernieuwden de poorten, en de kamers der priesters, en maakten daar deuren aan.

3 Makkabeeën 1:15
Ook zijn de dochters, die in haar kamers besloten waren, met haar moeders uitgelopen, en bestrooiden het haar met stof, en lieten het hangen, en vervulden de straten met klagen en zuchten.