Vindplaatsen van het woord kalebiet in het oude testament (1 vers):

1 Samuël 25:3
En de naam des mans was Nabal, en de naam zijner huisvrouw was Abigaïl; en de vrouw was goed van verstand, en schoon van gedaante; maar de man was hard en boos van daden, en hij was een Kalebiet.