Vindplaatsen van het woord ketel in het oude testament (3 verzen):

Leviticus 7:9
Daartoe al het spijsoffer, dat in den oven gebakken wordt, met al wat in den ketel en in den pan bereid wordt, zal des priesters zijn, die dat offert.

1 SamuŽl 2:14
En sloeg in de teile, of in den ketel, of in de pan, of in den pot; al wat de krauwel optrok, dat nam de priester voor zich. Alzo deden zij aan al de IsraŽlieten, die te Silo kwamen.

Job 41:11
Uit zijn neusgaten komt rook voort, als uit een ziedenden pot en ruimen ketel.