Vindplaatsen van het woord kalen in het oude testament (2 verzen):

Jozua 11:17
Van den kalen berg, die opwaarts naar Seir gaat, tot Bašl-gad toe, in het dal van den Libanon, onder aan den berg Hermon; al hun koningen nam hij ook, en sloeg hen, en doodde hen.

Jozua 12:7
Dit nu zijn de koningen des lands, die Jozua sloeg, en de kinderen IsraŽls, aan deze zijde van de Jordaan tegen het westen, van Bašl-gad aan, in het dal van den Libanon, en tot aan den kalen berg, die naar Seir opgaat; en Jozua gaf het aan de stammen IsraŽls tot een erfelijke bezitting, naar hun afdelingen.