Vindplaatsen van het woord knieŽn in het oude testament (26 verzen):

Genesis 30:3
En zij zeide: Zie, daar is mijn dienstmaagd Bilha, ga tot haar in; dat zij op mijn knieŽn bare, en ik ook uit haar gebouwd worde.

Genesis 48:12
Toen deed hen Jozef uitgaan van zijn knieŽn; en hij boog zich voor zijn aangezicht neder ter aarde.

Genesis 50:23
En Jozef zag van EfraÔm kinderen, van het derde gelid; ook werden de zonen van Machir, den zoon van Manasse, op Jozefs knieŽn geboren.

Deuteronomium 28:35
De HEERE zal u slaan met boze zweren, aan de knieŽn en aan de benen, waarvan gij niet zult kunnen genezen worden, van uw voetzool af tot aan uw schedel.

Richteren 7:5
En hij deed het volk afgaan naar het water. Toen zeide de HEERE tot Gideon: Al wie met zijn tong uit het water zal lekken, gelijk als een hond zou lekken, dien zult gij alleen stellen; desgelijks al wie op zijn knieŽn zal bukken om te drinken.

Richteren 7:6
Toen was het getal dergenen, die met hun hand tot hun mond gelekt hadden, driehonderd man; maar alle overigen des volks hadden op hun knieŽn gebukt, om water te drinken.

Richteren 16:19
Toen deed zij hem slapen op haar knieŽn, en riep een man en liet hem de zeven haarlokken zijns hoofds afscheren, en zij begon hem te plagen; en zijn kracht week van hem.

1 Koningen 8:54
Het geschiedde nu, als Salomo voleind had dit ganse gebed, en deze smeking tot den HEERE te bidden, dat hij van voor het altaar des HEEREN opstond, van het knielen op zijn knieŽn, met zijn handen uitgebreid naar den hemel;

1 Koningen 18:42
Alzo toog Achab op, om te eten en te drinken; maar Elia ging op naar de hoogte van Karmel, en breidde zich uit voorwaarts ter aarde; daarna leide hij zijn aangezicht tussen zijn knieŽn.

1 Koningen 19:18
Ook heb Ik in IsraŽl doen overblijven zeven duizend, alle knieŽn, die zich niet gebogen hebben voor Bašl, en allen mond, die hem niet gekust heeft.

2 Koningen 1:13
En wederom zond hij een hoofdman van de derde vijftigen met zijn vijftigen. Zo ging de derde hoofdman van vijftigen op, en kwam en boog zich op zijn knieŽn, voor Elia, en smeekte hem, en sprak tot hem: Gij, man Gods, laat toch mijn ziel en de ziel van uw knechten, van deze vijftigen, dierbaar zijn in uw ogen!

2 Koningen 4:20
En hij droeg hem, en bracht hem tot zijn moeder. En hij zat op haar knieŽn tot aan den middag toe; toen stierf hij.

2 Kronieken 6:13
(Want Salomo had een koperen gestoelte gemaakt, en had het gesteld in het midden des voorhofs; zijnde vijf ellen in zijn lengte en vijf ellen in zijn breedte, en drie ellen in zijn hoogte; en hij stond daarop, en knielde op zijn knieŽn voor de ganse gemeente van IsraŽl, en breidde zijn handen uit naar den hemel).

Ezra 9:5
En omtrent het avondoffer stond ik op uit mijn bedruktheid, als ik nu mijn kleed en mijn mantel gescheurd had; en ik boog mij op mijn knieŽn, en breidde mijn handen uit tot den HEERE, mijn God;

Job 3:12
Waarom zijn mij de knieŽn voorgekomen, en waartoe de borsten, opdat ik zuigen zou?

Job 4:4
Uw woorden hebben den struikelende opgericht, en de krommende knieŽn hebt gij vastgesteld;

Psalmen 109:24
Mijn knieŽn struikelen van vasten, en mijn vlees is vermagerd, zodat er geen vet aan is.

Jesaja 35:3
Versterkt de slappe handen, en stelt de struikelende knieŽn vast.

Jesaja 66:12
Want alzo zegt de HEERE: Ziet, Ik zal den vrede over haar uitstrekken als een rivier, en de heerlijkheid der heidenen als een overlopende beek; dan zult gijlieden zuigen; gij zult op de zijden gedragen worden, en op de knieŽn zeer vriendelijk getroeteld worden.

EzechiŽl 7:17
Alle handen zullen slap worden, en alle knieŽn zullen henenvlieten als water.

EzechiŽl 21:7
En het zal geschieden, als zij tot u zeggen zullen: Waarom zucht gij, dat gij zeggen zult: Om het gerucht, want het komt! en alle hart zal versmelten, en alle handen zullen verslappen, en alle geest zal inkrimpen, en alle knieŽn als water henenvlieten; ziet, het komt, en het zal geschieden, spreekt de Heere HEERE.

EzechiŽl 47:4
Toen mat hij nog duizend ellen, en deed mij door de wateren doorgaan, en de wateren raakten tot aan de knieŽn; en hij mat nog duizend, en deed mij doorgaan, en de wateren raakten tot aan de lenden.

DaniŽl 5:6
Toen veranderde zich de glans des konings, en zijn gedachten verschrikten hem; en de banden zijner lendenen werden los, en zijn knieŽn stieten tegen elkander aan.

DaniŽl 6:11
Toen nu DaniŽl verstond, dat dit schrift getekend was, ging hij in zijn huis (hij nu had in zijn opperzaal open vensters tegen Jeruzalem aan), en hij knielde drie tijden 's daags op zijn knieŽn, en hij bad, en deed belijdenis voor zijn God, ganselijk gelijk hij voor dezen gedaan had.

DaniŽl 10:10
En ziet, een hand roerde mij aan, en maakte, dat ik mij bewoog op mijn knieŽn, en de palmen mijner handen.

Nahum 2:10
Zij is geledigd, ja, uitgeledigd, uitgeput, en haar hart versmelt, en de knieŽn schudden, en in al de lenden is smart, en hun aller aangezichten betrekken, als een pot.