Vindplaatsen van het woord kir in het oude testament (4 verzen):

2 Koningen 16:9
Zo hoorde de koning van AssyriŽ naar hem; want de koning van AssyriŽ toog op tegen Damaskus, en nam haar in, en voerde hen gevankelijk naar Kir, en hij doodde Rezin.

Jesaja 22:6
Want Elam heeft den pijlkoker genomen, de man is op den wagen, er zijn ruiters; en Kir ontbloot het schild.

Amos 1:5
En Ik zal den grendel van Damaskus verbreken, en zal uitroeien den inwoner van Bikeat-aven, en dien, die den scepter houdt, uit Beth-eden; en het volk van SyriŽ zal gevankelijk weggevoerd worden naar Kir, zegt de HEERE.

Amos 9:7
Zijt gijlieden Mij niet als de kinderen der Moren, o kinderen IsraŽls? spreekt de HEERE. Heb Ik IsraŽl niet opgevoerd uit Egypteland, en de Filistijnen uit Kafthor, en de SyriŽrs uit Kir?