Vindplaatsen van het woord krijgsvolk in de apocriefe geschriften (60 verzen):

Judith 2:8
En heeft hen in orde gesteld op de wijze als een menigte krijgsvolk geordineerd wordt; en hij nam kemelen en ezelen tot hun bagage, een zeer grote menigte; mitsgaders schapen en ossen en geiten tot hun voorraad, zonder getal.

Judith 3:8
En bezette de vaste steden, en nam daaruit krijgsvolk aan tot zijn krijg, uitgelezen mannen.

1 MakkabeeŽn 3:35
Dat hij het krijgsvolk zou zenden tegen hen, om de sterkte van IsraŽl te vermorzelen, en het overgeblevene van Jeruzalem uit te roeien, en om hun gedachtenis van die plaats weg te nemen.

1 MakkabeeŽn 4:4
Terwijl zijn krijgsvolk nog verstrooid was van het leger.

1 MakkabeeŽn 4:16
En Judas en zijn krijgsvolk keerden weder van hen te vervolgen;

1 MakkabeeŽn 4:18
Gorgias en zijn krijgsvolk is op de berg nabij ons, maar staat nu tegen onze vijanden, en bestrijdt hen, en plundert hen daarna met vrijmoedigheid.

1 MakkabeeŽn 4:61
En zij zetten daar krijgsvolk in, om ze te bewaren, en maakten ze sterk, om Bethsura te bewaren, opdat het volk een sterkte zou hebben tegen Idumeš.

1 MakkabeeŽn 5:18
En hij liet Jozef, de zoon van Zacharias en Azaria tot oversten des volks met het overige krijgsvolk in Judea tot derzelver bewaring.

1 MakkabeeŽn 5:40
En TimotheŁs zeide tot de oversten van zijn krijgsvolk, toen Judas naderde, en zijn leger bij de beek des waters: Indien hij eerst zal overkomen tot ons, zo zullen wij tegen hem niet kunnen bestaan, want hij zal veel machtiger zijn dan wij.

1 MakkabeeŽn 5:51
En Judas gebood dat men in het leger zou uitroepen, dat een ieder zich zou legeren in de plaats waar hij was, en de mannen van het krijgsvolk legerden zich, en bestreden de stad die gehele dag en de gehele nacht, en de stad werd in zijn handen overgeleverd.

1 MakkabeeŽn 5:56
Hoorde Jozefus, de zoon van Zacharias, en Azaria, oversten van het krijgsvolk, de mannelijke daden en de oorlogen die zij uitgericht hadden, en zeiden:

1 MakkabeeŽn 5:58
En het krijgsvolk dat met hen was bevel gegeven hebbende, zijn zij opgetogen tegen Jamnia.

1 MakkabeeŽn 6:6
En dat Lysias met een sterke macht onder de voorsten getrokken was, en voor hun aangezicht op de vlucht was gebracht, en dat de Joden versterkt waren met wapenen, en krijgsvolk, en veel buit, die zij bekomen hadden van de legers, die zij geslagen hadden;

1 MakkabeeŽn 6:28
En de koning werd toornig toen hij dit hoorde, en vergaderde al zijn vrienden, de oversten van zijn krijgsvolk, en die over de ruiterij waren.

1 MakkabeeŽn 6:29
En van andere koningen en van de eilanden der zee kwam veel krijgsvolk tot hem, dat gehuurd was.

1 MakkabeeŽn 6:30
Zodat het getal van zijn krijgsvolk was honderdduizend voetknechten, en twintigduizend ruiters, en tweeŽndertig olifanten, ten oorlog geleerd.

1 MakkabeeŽn 6:38
En het overige krijgsvolk stelden de oversten aan de twee delen van het leger, ter weerszijden, bewegende deze, en in slagorden besluitende.

1 MakkabeeŽn 6:47
En als zij zagen de sterkte des konings, en de aanval van het krijgsvolk, weken zij van hen af.

1 MakkabeeŽn 6:57
Zo hebben zij zich zeer gehaast en elkander aangespoord dat zij van de burcht zouden aftrekken, en zeggen tot de koning, en tot de oversten van het krijgsvolk, en tot de mannen: Wij nemen dagelijks af, en onze leeftocht is zeer weinig, en de plaats die wij belegeren is sterk, en wij moeten de zaken van het koninkrijk verzorgen.

1 MakkabeeŽn 7:2
En het geschiedde, toen hij ging naar het koninklijke huis zijner vaderen, dat het krijgsvolk Antiochus en Lysias greep, om die tot hem te brengen.

1 MakkabeeŽn 7:4
Het krijgsvolk doodde hen, en Demetrius ging zitten op de troon zijns koninkrijks.

1 MakkabeeŽn 7:14
Want zij zeiden: Een man, die een priester is uit het zaad van Ašron, is gekomen met het krijgsvolk, en die zal ons geen ongelijk aandoen.

1 MakkabeeŽn 7:20
En hij stelde Alcimus over het land, en hij liet bij hem krijgsvolk, dat hem zou helpen; en Bacchides trok heen naar de koning.

1 MakkabeeŽn 7:39
En Nicanor trok uit Jeruzalem en legerde zich te Bethoron, en aldaar ontmoette hem het krijgsvolk van SyriŽ.

1 MakkabeeŽn 8:6
En onder dezen Antiochus de Grote, koning van AziŽ, die tegen hen ten strijde was getrokken, hebbende honderdentwintig olifanten, en ruiterij, en wagens, en zeer veel krijgsvolk, en dat die ook door hen was vermorzeld.

1 MakkabeeŽn 9:1
Als Demetrius hoorde hoe Nicanor en zijn krijgsvolk de oorlog gevoerd hadden, zo voer hij voort Bacchides en Alcimus ten tweeden male te zenden naar het land Juda, en met de rechtervleugel van zijn krijgsvolk.

1 MakkabeeŽn 9:11
Ondertussen brak het krijgsvolk van Bacchides op uit hun leger, en stond tegen hen, en de ruiterij was verdeeld in twee delen, en die met slingers en met bogen vochten hadden de voortocht voor het krijgsvolk, en al de machtigen waren gesteld om eerst te strijden.

1 MakkabeeŽn 9:34
Bacchides dit vernemende, kwam op de dag des sabbats, met al zijn krijgsvolk over de Jordaan.

1 MakkabeeŽn 9:43
Hetwelk Bacchides horende. kwam op de dag van de sabbat tot de oever van de Jordaan, met veel krijgsvolk.

1 MakkabeeŽn 9:66
Hij sloeg Odomer en zijn broeders, en de zonen van Fasiron in hun tenten; en als hij begon te slaan, en met zijn krijgsvolk op te trekken,

1 MakkabeeŽn 10:6
En hij gaf hem macht om krijgsvolk te vergaderen, en de wapenen gereed te maken; en dat hij zijn medegenoot in de wapenen zou zijn; en de gijzelaars, die op de burcht waren, gebood hij hem over te geven.

1 MakkabeeŽn 10:8
En zij vreesden met grote vreze, als zij hoorden dat de koning hem macht gegeven had om krijgsvolk te verzamelen.

1 MakkabeeŽn 10:21
En Jonathan trok de heilige rok aan in de zevende maand van het honderdenzestigste jaar, op het feest der Loofhutten, en hij vergaderde krijgsvolk, en maakte vele wapenen gereed.

1 MakkabeeŽn 10:65
En de koning verheerlijkte hem, en schreef hem onder zijn voornaamste vrienden, en hij stelde hem tot een overste van het krijgsvolk, en tot een metgezel in de regering.

1 MakkabeeŽn 10:77
Apollonius, dit horende, kwam met een leger van drieduizend ruiters en veel krijgsvolk;

1 MakkabeeŽn 10:82
En Simon, zijn krijgsvolk voortgebracht hebbende, viel aan op de slagorden, want de ruiterij was afgemat, en zij werden door hem geslagen en zij vloden;

1 MakkabeeŽn 11:1
De koning van Egypte vergaderde veel krijgsvolk, gelijk daar is het zand aan de oever der zee en vele schepen, en hij zocht het koninkrijk van Alexander te bemachtigen met bedrog, en het te brengen aan zijn koninkrijk.

1 MakkabeeŽn 11:3
En als PtolomeŁs nu in de steden kwam, stelde hij in iedere stad krijgsvolk tot bezetting.

1 MakkabeeŽn 11:37
En Demetrius ziende dat het land voor hem in stilte was, en dat daar niets was dat zich tegen hem stelde, zo heeft hij al zijn krijgsvolk laten gaan, een ieder naar zijn plaats; uitgenomen het vreemde krijgsvolk, dat hij van de vreemde eilanden en volken had aangenomen; daarom al het krijgsvolk, dat hij van zijn vaderen ontvangen had, is hem hatende geworden.

1 MakkabeeŽn 11:38
En daar was een zekere Tryfon onder degenen die eertijds aan Alexanders zijde waren, welke ziende dat al het krijgsvolk tegen Demetrius murmureerde, reisde naar SimalkuŽ, de Arabier, die het kind Antiochus, de zoon van Alexander, opvoedde;

1 MakkabeeŽn 11:39
En hij hield bij hem aan, dat bij deze aan hem zou overgeven, opdat hij in zijns vaders plaats koning zou zijn; en verhaalde hem ook wat Demetrius uitgericht had, en hoe dat zijn krijgsvolk hem vijandig was, en hij bleef daar vele dagen.

1 MakkabeeŽn 11:42
Gij zult dan nu wel doen, dat gij mij mannen zendt, die mij helpen strijden, omdat al mijn krijgsvolk mij is afgevallen.

1 MakkabeeŽn 11:62
Jonathan, horende dat de oversten van Demetrius te Kades in Galilea waren, met veel krijgsvolk, willende hem uit dat land verdrijven;

1 MakkabeeŽn 11:69
En allen die bij Jonathan waren, namen de vlucht, en daar was niet een van dezen bij hem gebleven, dan Mattathias, de zoon van Absalom, en Judas de zoon van Calfi, die oversten waren van het krijgsvolk des legers.

1 MakkabeeŽn 12:46
En hij, hem gelovende, deed gelijk hij zeide, en hij zond het krijgsvolk heen, en zij trokken naar het land van Juda.

1 MakkabeeŽn 13:54
Simon, ziende dat zijn zoon Johannes nu tot een man geworden was, heeft hem gesteld tot een veldoverste over al het krijgsvolk, en hij woonde in Gazara.

1 MakkabeeŽn 15:38
En de koning stelde CendebeŁs tot een overste van de zeekant, en gaf hem krijgsvolk, te voet en te paard.

1 MakkabeeŽn 16:18
PtolomeŁs schreef deze dingen, en zond aan de koning, dat hij hem krijgsvolk te hulp wilde zenden, en dat hij hem het land en de steden zou overleveren.

2 MakkabeeŽn 4:22
En zeer heerlijk door Jason en de ganse stad ontvangen, en met toortsen en gejuich ingehaald zijnde, zo is hij daarna met zijn krijgsvolk getrokken naar FeniciŽ.

2 MakkabeeŽn 8:22
Heeft hij zijn krijgsvolk in vier hopen gesteld, en zijn broeders aangesteld tot leiders van elke slagorde, namelijk Simon en Jozef, en Jonathan, stellende onder elk van hen duizendenvijfhonderd man, en daarboven ook Elešzar.

2 MakkabeeŽn 8:24
Daar de Almachtige met hen streed, versloegen zij van de vijanden over de negenduizend, verwondden en verminkten het merendeel van Nicanors krijgsvolk, en dwongen hen allen te vluchten;

2 MakkabeeŽn 10:14
En Gorgias, veldoverste geworden zijnde van die plaatsen, onderhield vreemd krijgsvolk, en voerde gedurig de oorlog tegen de Joden.

2 MakkabeeŽn 10:24
En TimotheŁs, die tevoren door de Joden overwonnen was, vergaderd hebbende een zeer grote menigte van vreemd krijgsvolk, en bijeengebracht hebbende de ruiters, die van AziŽ waren, niet weinig in getal, kwam aanrukken, alsof bij Judea met de wapenen zou innemen.

2 MakkabeeŽn 12:38
En Judas, zijn krijgsvolk bijeen vergaderd hebbende, kwam in de stad Odollam; en daar de zevende dag hun overkwam, hebben zij, naar gewoonte geheiligd zijnde, daar de sabbat doorgebracht.

2 MakkabeeŽn 13:13
En hij, met de ouderlingen alleen zijnde, nam met hen raad, eer het krijgsvolk van de koning in Judea zou invallen, en zij de stad zouden bemachtigen, dat zij hem zouden tegentrekken, en dat zij de zaken zouden wagen, steunende op de hulp des Heren.

2 MakkabeeŽn 13:21
En Rodocus, een van het Joodse krijgsvolk, boodschapte de geheime, zaken aan de vijanden, waarom hij gezocht, gegrepen en in de gevangenis gesloten is.

3 MakkabeeŽn 1:1
Als de koning Filopator verstond van degenen die wedergekeerd waren, dat de plaatsen, die hij bezet had, hem door Antiochus ontnomen waren, zo heeft hij al zijn krijgsvolk, beide te voet en te paard, ontboden;

3 MakkabeeŽn 1:5
En als er een bloedige slag geschiedde, en de zaken meer voorspoedig waren aan de zijde van Antiochus, zo ging ArsinoŽ naarstig toe, en bad het krijgsvolk met gekerm en geween, met loshangend haar, dat zij zichzelf en haar kinderen, en vrouwen kloek te hulp zouden komen, en zij beloofde de overwinnaars ieder twee pond goud te geven.

3 MakkabeeŽn 4:9
Als nu dezen in dat voormelde schip gebracht waren, en het overvoeren voltrokken was, gelijkerwijs het door de koning was geboden, zo heeft hij gelast dat zij hen zouden legeren op het rijveld voor de stad, zijnde groot in omvang, en bovenmate wel gelegen voor degenen, die daar voorbij naar de stad kwamen, en voor degenen onder hen, die buiten naar het land reisden om dit voorbeeld der straf te zien; opdat zij noch met zijn krijgsvolk gemeenschap zouden hebben noch enigszins waardig geacht der stadsmuren.

3 MakkabeeŽn 5:29
Toen zijn de vrienden en magen zeer blijde geworden, met vertrouwen vertrokken en zij bestelden het krijgsvolk op al de geschiktste plaatsen der stad tot bewaring.