Vindplaatsen van het woord keert in de apocriefe geschriften (12 verzen):

3 Ezra 4:34
O mannen, zijn niet de vrouwen sterk! Groot is de aarde,. en hoog is de hemel, en snel in haar loop is de zon, want zij, draait in de cirkel des hemels, en zij keert weder in haar plaats op één dag.

4 Ezra 8:22
Wier opmerking zich keert met wind en vuur; wiens woord waarachtig, en wiens redenen standvastig zijn;

4 Ezra 10:13
Doch de aarde doet naar de wijze der aarde, en de tegenwoordige menigte keert weder in haar, gelijk zij daaruit gekomen is.

Tobias (Tobit) 13:7
Keert weder gij zondaars, en doet gerechtigheid voor zijn aanschijn; wie weet het, of hij lust tot u kreeg, en u barmhartigheid bewees?

Boek der Wijsheid 2:5
Want onze tijd is een schaduw die voorbijgaat, en daar is geen wederkeren van onze dood, want die is verzegeld en niemand keert weder.

Boek der Wijsheid 4:12
Want de betovering der boosheid verdonkert het goede; en omdrijving van de lust keert een gemoed om, dat zonder kwaad is.

Jezus Sirach 1:21
De vreze des Heren verdrijft de misdaden, en bijblijvende keert zij toorn af.

Jezus Sirach 10:18
De landen der volken keert de Here om, en verderft ze tot op de grond der aarde.

Jezus Sirach 29:19
De zondaar keert een goede borgschap om.

Jezus Sirach 40:10
Al wat van aarde is, keert wederom tot aarde, en al wat van water is, wendt zich weder naar de zee.

Susanna (Dan. 13) 1:49
Keert weder naar het gericht, want dezen hebben valse dingen tegen haar getuigd.

1 Makkabeeën 9:9
Doch zij hielden hem daarvan af, zeggende: Wij zullen dat niet kunnen doen, laat ons liever onze zielen behouden, keert nu weder, want onze broeders zijn weggelopen, en zouden wij tegen hen strijden, wij die zo weinig zijn?