Vindplaatsen van het woord loon in de apocriefe geschriften (24 verzen):

4 Ezra 3:33
Welker loon nochtans nergens voorhanden is, en welker arbeid geen vrucht geeft. Want ik ben door de heidenen heen en weer getogen, en ik heb gezien dat zij overvloed hebben, en dat zij uw geboden niet gedenken.

4 Ezra 7:35
En het werk zal hen navolgen, en het loon zal vertoond worden; de gerechtigheid, zal opwaken en de ongerechtigheid zal niet heersen.

4 Ezra 8:33
Want de rechtvaardigen, wie vele werken weggelegd zijn, zullen uit hun werken het loon ontvangen.

4 Ezra 15:55
Het loon uwer hoererij is in uw schoot, daarom zult gij vergelding ontvangen.

Tobias (Tobit) 2:13
En zond dat de heren toe, en zij gaven haar ook haar loon, en gaven haar bovendien een bokje.

Tobias (Tobit) 2:14
En toen zij bij mij gekomen was, begon het te blaten; en ik zeide tot haar: Vanwaar komt dit bokje, is het niet gestolen? geeft het de rechte heer weder, want het is ons niet geoorloofd te eten hetgeen gestolen is. En zij zeide: Het is mij tot een geschenk gegeven boven het loon; doch ik geloofde haar niet, en zeide dat zij het de heren weder geven zoude.

Tobias (Tobit) 4:15
En laat het loon van geen mens, die voor u gearbeid heeft, bij u vernachten, maar geef hem dat terstond, en zo gij God gediend hebt, het zal u weergegeven worden.

Tobias (Tobit) 5:4
Zoek uzelf een man, die met u trekke, terwijl ik leef, en ik zal hem loon geven, en trek heen, ontvang het geld.

Tobias (Tobit) 5:14
En hij zeide tot hem: Zoekt gij een stam of geslacht, of een die om loon met uw zoon heenreize? En Tobias zeide tot hem: Broeder, ik wilde uw geslacht en naam wel weten.

Tobias (Tobit) 5:21
Broeder, gij zijt van een groot geslacht. Maar zeg mij, wat loon zal ik u geven? een drachme des daags, en hetgeen u nodig zijn zal, gelijk als mijn zoon, en ik zal boven het loon u nog wat toeleggen, indien gijlieden gezond wederkeert.

Tobias (Tobit) 12:1
EN Tobias riep zijn zoon Tobias en zeide tot hem: Ziet, zoon, dat gij de man, die met u gekomen is, het loon geeft, en bovendien moet hem nog iets toegelegd worden.

Boek der Wijsheid 2:22
Zij verstaan de verborgenheden Gods niet, en hebben het loon der heiligheid niet te hopen, en achten de eer der onbestraffelijke zielen niet.

Boek der Wijsheid 5:16
Maar de rechtvaardigen leven in der eeuwigheid, en hun loon is bij de Here, en de Allerhoogste zorgt voor hen.

Boek der Wijsheid 10:17
Zij heeft de heiligen gegeven loon der heiligheid voor hun moeite, en heeft hen geleid door een wonderlijke weg, en is hun geworden tot een deksel des daags, en des nachts tot een vlam der sterren.

Jezus Sirach 2:7
Gij die de Here vreest, gelooft hem, en uw loon zal u geenszins ontvallen.

Jezus Sirach 11:18
Menigeen is er die rijk wordt door zijn opmerken en spaarzaamheid, en dit is nu zijn deel van zijn loon.

Jezus Sirach 11:23
De zegen des Heren is in het loon van de godvrezende; en in een korte tijd doet hij zijn zegen uitspruiten.

Jezus Sirach 26:23
Een vrouw die loon neemt, wordt een mestvarken gelijk geacht, maar die een man heeft, zal een toren des doods geacht worden, degenen die haar gebruiken.

Jezus Sirach 34:24
En hij vergiet bloed, die het loon van de dagloner rooft.

Jezus Sirach 36:18
Geef loon degenen die u verwachten, en maak dat uw profeten geloofd worden.

Jezus Sirach 51:30
De Here heeft mij een tong gegeven tot mijn loon, en met deze zal ik hem prijzen.

Jezus Sirach 51:38
Werkt uw werk voor de tijd, en hij zal u te zijner tijd loon geven.

2 MakkabeeŽn 5:8
Ten laatste dan kreeg hij zijn loon bij Aretas de koning van ArabiŽ, zo nagejaagd zijnde, dat hij vluchtte van de ene stad in de andere, door allen vervolgd zijnde en gehaat, als een die van de wet was afgevallen; en vervloekt als een beul van zijn vaderland en zijn burgers, is hij naar Egypte uitgeworpen.

2 MakkabeeŽn 8:33
En als zij in het vaderland een dankdag hielden over de overwinning, hebben zij Callisthenes, die de heilige poorten in brand had gestoken, vluchtende in een huisje, verbrand; en zo heeft hij het verdiende loon zijner goddeloosheid verkregen.