Vindplaatsen van het woord loochende in het nieuwe testament (6 verzen):

MattheŁs 26:70
Maar hij loochende het voor allen, zeggende: Ik weet niet, wat gij zegt.

MattheŁs 26:72
En hij loochende het wederom met een eed, zeggende: Ik ken den Mens niet.

Marcus 14:70
Maar hij loochende het wederom. En een weinig daarna, die daarbij stonden, zeiden wederom tot Petrus: Waarlijk, gij zijt een van die; want gij zijt ook een GalileŽr, en uw spraak gelijkt.

Johannes 1:20
En hij beleed en loochende het niet; en beleed: Ik ben de Christus niet.

Johannes 18:25
En Simon Petrus stond en warmde zich. Zij zeiden dan tot hem: Zijt gij ook niet uit Zijn discipelen? Hij loochende het, en zeide: Ik ben niet.

Johannes 18:27
Petrus dan loochende het wederom. En terstond kraaide de haan.