Vindplaatsen van het woord lysias in de apocriefe geschriften (21 verzen):

1 MakkabeeŽn 3:32
En hij liet Lysias, een geŽerd man, en van koninklijk geslacht, over de zaken des konings, van de rivier Eufraat af tot de landpalen van Egypte toe;

1 MakkabeeŽn 3:38
Lysias nu verkoor PtolomeŁs, de zoon van Dorymenis, en Nicanor, en Gorgias, machtige mannen onder de vrienden des konings;

1 MakkabeeŽn 4:26
En zo velen als er uit de vreemdelingen behouden waren, gingen heen en boodschapten aan Lysias al wat er geschied was.

1 MakkabeeŽn 4:34
Toen vielen zij op elkander aan, en daar bleven van het leger van Lysias tot vijfduizend mannen, en vielen voor hen dŠŠr neder.

1 MakkabeeŽn 4:35
Lysias nu, ziende de vlucht van zijn slagorden, en de stoutheid van Judas' leger, die getoond was, en hoe bereid de Joden waren om eerlijk of te leven of te sterven, trok op naar AntiochiŽ, nam vreemd volk aan, en zijn leger, dat hij had, vermeerd hebbende, besloot hij, weder gesterkt zijnde, in Judea te komen.

1 MakkabeeŽn 6:6
En dat Lysias met een sterke macht onder de voorsten getrokken was, en voor hun aangezicht op de vlucht was gebracht, en dat de Joden versterkt waren met wapenen, en krijgsvolk, en veel buit, die zij bekomen hadden van de legers, die zij geslagen hadden;

1 MakkabeeŽn 6:17
En Lysias, verstaande dat de koning gestorven was, stelde Antiochus, zijn zoon, om koning te zijn in zijn plaats, welke hij in zijn jeugd opgevoed heeft, en noemde zijn naam Eupator.

1 MakkabeeŽn 6:55
Maar als Lysias hoorde dat Filippus, die de koning Antiochus, toen hij nog leefde, gesteld had om zijn zoon Antiochus op te voeden, totdat hij koning zou zijn,

1 MakkabeeŽn 7:2
En het geschiedde, toen hij ging naar het koninklijke huis zijner vaderen, dat het krijgsvolk Antiochus en Lysias greep, om die tot hem te brengen.

2 MakkabeeŽn 10:11
Want deze, het koninkrijk ontvangen hebbende, stelde over zijn zaken een zekere Lysias, die de opperste veldoverste was over Celo-SyriŽ en FeniciŽ.

2 MakkabeeŽn 11:1
En een zeer weinig tijds daarna, Lysias, des konings hofmeester en bloedverwant, en die over de zaken des konings gesteld was, zich zeer ontevreden houdende over hetgeen geschied was,

2 MakkabeeŽn 11:12
En al de anderen dwongen zij te vluchten, en velen van hen gewond zijnde ontkwamen naakt, en Lysias, zelf met schande vluchtende, ontkwam het ook.

2 MakkabeeŽn 11:15
MakkabeŁs nu, zorgdragende voor hetgeen oorbaar was, stond toe al hetgeen dat Lysias verzocht, want al wat MakkabeŁs aan Lysias bij geschrift had overgegeven voor de Joden, dat stond de koning toe.

2 MakkabeeŽn 11:16
Want de brieven van Lysias aan de Joden geschreven, waren van deze inhoud: Lysias wenst het Joodse volk voorspoed.

2 MakkabeeŽn 11:22
En de brief van de koning was van deze inhoud: De koning Antiochus wenst zijn broeder Lysias voorspoed.

2 MakkabeeŽn 11:35
Hetgeen Lysias, de bloedvriend des konings, u toegestaan heeft, dat vinden wij ook goed.

2 MakkabeeŽn 12:1
En als deze verbonden aldus gemaakt waren, zo vertrok Lysias naar de koning en de Joden begaven zich om het land te bouwen.

2 MakkabeeŽn 13:2
En met hem Lysias, zijn hofmeester en die over zijn zaken gesteld was, een ieder hebbende een Griekse macht van honderdentienduizend te voet, en vijfduizendendriehonderd ruiters, en tweeŽntwintig olifanten, en driehonderd wagens met zeisen gewapend.

2 MakkabeeŽn 13:4
Maar de Koning der koningen verwekte het gemoed van Antiochus tegen deze booswicht, en als Lysias betoonde dat hij oorzaak was van al dit kwaad, zo gebood hij dat men hem zou brengen naar Berea, om daar omgebracht te worden, gelijk het gebruikelijk was in die plaats.

2 MakkabeeŽn 13:26
Doch Lysias, klimmende op de rechterstoel, verantwoordde dat bekwamelijk, en stelde hen tevreden, en stilde hen, en maakte hen goedgunstig, zodat hij vertrekken kon naar AntiochiŽ. En zo is het gegaan met des konings aankomst en vertrek.

2 MakkabeeŽn 14:2
En dat hij dat land bemachtigde, nadat hij Antiochus en zijn hofmeester Lysias had omgebracht.