Vindplaatsen van het woord levend in de apocriefe geschriften (12 verzen):

4 Ezra 3:5
En hebt Adam een lichaam gegeven, dat geen leven had doch het was ook een maaksel uwer handen, en gij hebt hem een geest des levens ingeblazen en hij is levend voor u geworden.

4 Ezra 5:45
Toen sprak ik: Gelijk gij tot uw knecht hebt gezegd, dat gij het schepsel, hetwelk geschapen is, op eenmaal levend gemaakt heb, en het schepsel verdroeg het, zo kan het ook nu wel op eenmaal de tegenwoordige dragen.

4 Ezra 7:67
Want zo hij zijn menigvuldige barmhartigheid niet bewees, zo zou de wereld niet levend worden gemaakt, met degenen, die daarin erfenis zullen hebben.

4 Ezra 7:68
En hij vergeeft; want indien hij niet vergaf naar zijn goedheid, opdat degenen, die ongerechtigheid gedaan hebben, van hun ongerechtigheden werden verlicht, zo zou het tienduizendste deel der mensen niet levend gemaakt worden.

4 Ezra 8:13
En gij doodt hem als uw schepsel, en maakt hem levend als uw werk.

4 Ezra 12:33
Want hij zal hen levend voor het gericht stellen, en het zal geschieden, als hij hen zal overtuigd hebben, dat hij hen zal straffen.

4 Ezra 14:34
Indien gij dan uw gemoederen gehoorzaam aanstelt en uw verstand onderrichten laat, zo zult gij levend behouden worden, en na de dood zult gij barmhartigheid verkrijgen.

4 Ezra 14:35
Want het oordeel zal na de dood komen, als wij weder levend zullen worden, en dan zullen de namen der rechtvaardigen bekend, en de werken der bozen openbaar worden.

1 MakkabeeŽn 8:7
En dat zij hem levend gekregen hadden, en hem, en die na hem koningen zouden zijn, hadden opgelegd hun een grote schatting te geven, en gijzelaars te stellen, en een scheiding te maken;

1 MakkabeeŽn 14:2
Als Arsaces, de koning van PerziŽ en MediŽ, hoorde dat Demetrius in zijn landpalen was gekomen, zond hij een van zijn oversten om hem levend te krijgen.

2 MakkabeeŽn 10:36
En de anderen desgelijks opklimmende in de omgang tot hen, die binnen waren, staken de torens in brand, en vuren ontstoken hebbende, verbrandden al die godslasteraars levend.

2 MakkabeeŽn 12:35
En een zekere DositheŁs, een ruiter van die van Bakenor, een kloek man, had Gorgias vast, en hem bij zijn rok vattende, leidde hem kloek henen; en als hij deze levend wilde vangen, zo kwam daar een vervloekt mens van de Thracische ruiters op hem aanvallen, en zijn schouder afhouwende, ontvluchtte Gorgias naar Marisa.