Vindplaatsen van het woord lagen in de apocriefe geschriften (13 verzen):

Boek der Wijsheid 10:12
Zij bewaarde hem van de vijanden, en maakte hem zeker tegen degenen, die hem lagen legden, en in die sterke strijd heeft zij hem de prijs der overwinning gegeven, opdat hij zou weten dat de godzaligheid machtiger is dan alles.

Boek der Wijsheid 17:2
Want de ongerechtigen, als zij zich onderwonden het heilige volk onder hun macht te houden, lagen gebonden van de duisternis, en geboeid van de lange nacht, besloten zijnde onder de daken, als vluchtig voor de eeuwige voorzienigheid.

Boek der Wijsheid 17:7
De guichelarijen der toverkunst lagen ook ter neder, en dat zeer smadelijk bewijs hunner pocherij vanwege hun, kloekheid.

Boek der Wijsheid 18:23
Want als nu reeds de doden met hopen over elkander gevallen lagen, stond hij tussen beiden, hieuw de toorn af en sneed de weg af tot de levenden.

Jezus Sirach 5:16
Laat u geen oorblazer noemen, en leg met uw tong geen lagen.

Jezus Sirach 11:30
Leid niet een ieder in uw huis, want de lagen van de lasteraar zijn vele.

Esther (apocr.) 16:3
En zoeken niet alleen degenen, die ons onderdanig zijn, leed aan te doen, maar ook, hun weelde niet kunnende dragen, pogen zelfs hun weldoeners lagen te leggen.

Esther (apocr.) 16:23
Opdat het beide, nu en hierna, ons wel ga, mitsgaders degenen, die de Perzen gunstig zijn, maar degenen, die ons lagen leggen, zij het een gedenkteken van ondergang.

1 MakkabeeŽn 1:38
En deze burcht was om altoos het heiligdom lagen te leggen, en om tegen IsraŽl een boos beschuldiger te zijn.

1 MakkabeeŽn 5:4
En indachtig wordende de boosheid van de kinderen van Bajan, die het volk geweest waren tot een strik en aanstoot, doordat zij hun op de wegen lagen hadden gelegd;

2 MakkabeeŽn 3:38
Indien gij een vijand hebt, of een die uw zaken lagen legt, zendt die daar, en gij zult hem wel gegeseld weder krijgen, indien hij behouden ontkomt, omdat in der waarheid in die plaats een kracht Gods is.

2 MakkabeeŽn 8:7
En hij nam vooral de nachten waar tot zodanige lagen; en het gerucht van zijn dapperheid verspreidde zich alleszins.

2 MakkabeeŽn 14:26
Alcimus nu, ziende de goedwilligheid des enen tegen de ander, en de verbonden die zij gemaakt hadden, zo nam hij deze en vertrok naar Demetrius, en zeide dat Nicanor dingen voorhad die vijandig waren aan de zaken des konings; want, zeide hij, hij heeft Judas, die het koninkrijk lagen legt, verordineerd dat hij in zijn plaats zal komen.