Vindplaatsen van het woord laag in het oude testament (3 verzen):

Deuteronomium 28:43
De vreemdeling, die in het midden van u is, zal hoog, hoog boven u opklimmen; en gij zult laag, laag nederdalen.

Psalmen 113:6
Die zeer laag ziet, in den hemel en op de aarde.

Jesaja 32:19
Maar het zal hagelen, waar men afgaat in het woud, en de stad zal laag worden in de laagte.