Vindplaatsen van het woord leraar in het nieuwe testament (5 verzen):

Johannes 3:2
Deze kwam des nachts tot Jezus, en zeide tot Hem: Rabbi, wij weten, dat Gij zijt een Leraar van God gekomen; want niemand kan deze tekenen doen, die Gij doet, zo God met hem niet is.

Johannes 3:10
Jezus antwoordde en zeide tot hem: Zijt gij een leraar van IsraŽl, en weet gij deze dingen niet?

Handelingen 5:34
Maar een zeker FarizeŽr stond op in den raad, met name GamaliŽl, een leraar der wet, in waarde gehouden bij al het volk, en gebood, dat men de apostelen een weinig zou doen buiten staan.

1 TimotheŁs 2:7
Waartoe ik gesteld ben een prediker en apostel (ik zeg de waarheid in Christus, ik lieg niet), een leraar der heidenen, in geloof en waarheid.

2 TimotheŁs 1:11
Waartoe ik gesteld ben een prediker, en een apostel, en een leraar der heidenen;