Vindplaatsen van het woord lever in de apocriefe geschriften (5 verzen):

Tobias (Tobit) 6:6
En de engel zeide tot hem: Snijd de vis in stukken, en neem het hart, en de lever, en de gal, en leg ze weg om te bewaren.

Tobias (Tobit) 6:8
En de jongeling zeide tot de engel: Azarias, broeder, wat is van het hart, en de lever, en de gal van deze vis?

Tobias (Tobit) 6:9
En hij zeide tot hem: Wat het hart en de lever betreft, indien iemand gekweld wordt van de duivel of boze geest, moet gij roken die voor die man of die vrouw, en hij zal niet meer gekweld worden.

Tobias (Tobit) 6:19
Want deze zelfde nacht zal zij u tot een vrouw gegeven worden, en als gij ingaat in de bruidskamer, zo zult gij as nemen van het reukoffer, en zult daarop leggen van het hart en van de lever van de vis, en zult roken.

Tobias (Tobit) 8:2
En als hij ging, dacht hij aan de woorden van RafaŽl, en nam de as der reukofferen, en legde het hart en de lever van de vis daarop en maakte rook.