Vindplaatsen van het woord lamed in het oude testament (14 verzen):

Psalmen 25:11
Lamed. Om Uws Naams wil, HEERE! zo vergeef mijn ongerechtigheid, want die is groot.

Psalmen 34:12
Lamed. Komt, gij, kinderen! hoort naar mij! ik zal u des HEEREN vreze leren.

Psalmen 37:21
Lamed. De goddeloze ontleent en geeft niet weder; maar de rechtvaardige ontfermt zich, en geeft.

Psalmen 111:6
Caph. Hij heeft de kracht Zijner werken Zijn volke bekend gemaakt; Lamed. hun gevende de erve der heidenen.

Psalmen 112:6
Caph. Zekerlijk, hij zal in der eeuwigheid niet wankelen; Lamed. de rechtvaardige zal in eeuwige gedachtenis zijn.

Psalmen 119:89
Lamed. O HEERE! Uw woord bestaat in der eeuwigheid in de hemelen.

Psalmen 145:12
Lamed. Om den mensenkinderen bekend te maken Zijn mogendheden, en de eer der heerlijkheid Zijns Koninkrijks.

Spreuken 31:21
Lamed. Zij vreest voor haar huis niet vanwege de sneeuw; want haar ganse huis is met dubbele klederen gekleed.

Klaagliederen 1:12
Lamed. Gaat het ulieden niet aan, gij allen, die over weg gaat? Schouwt het aan en ziet, of er een smart zij gelijk mijn smart, die mij aangedaan is, waarmede de HEERE mij bedroefd heeft ten dage der hittigheid Zijns toorns.

Klaagliederen 2:12
Lamed. Als zij tot hun moeders zeggen: Waar is koren en wijn, als zij op de straten der stad in onmacht zinken, als de verslagenen; als zich hun ziel uitschudt in den schoot hunner moeders.

Klaagliederen 3:34
Lamed. Dat men al de gevangenen der aarde onder Zijn voeten verbrijzelt;

Klaagliederen 3:35
Lamed. Dat men het recht eens mans buigt voor het aangezicht des Allerhoogsten;

Klaagliederen 3:36
Lamed. Dat men een mens verongelijkt in zijn twistzaak; zou het de Heere niet zien?

Klaagliederen 4:12
Lamed. De koningen der aarde zouden het niet geloofd hebben, noch al de inwoners der wereld, dat de tegenpartijder en vijand tot de poorten van Jeruzalem zou ingaan.