Vindplaatsen van het woord leidden in het oude testament (5 verzen):

Exodus 6:26
Dezen zijn het, die tot Farao, den koning van Egypte, spraken, opdat zij de kinderen IsraŽls uit Egypte leidden; dit is Mozes en Ašron.

Leviticus 24:12
En zij leidden hem in de gevangenis, opdat hem, naar den mond des HEEREN, verklaring geschieden zou.

1 SamuŽl 12:8
Nadat Jakob in Egypte gekomen was, zo riepen uw vaders tot den HEERE; en de HEERE zond Mozes en Ašron, en zij leidden uw vaders uit Egypte, en deden hen aan deze plaats wonen.

2 SamuŽl 6:3
En zij voerden de ark Gods op een nieuwen wagen, en haalden ze uit het huis van Abinadab, dat op een heuvel is; en Uza en Ahio, zonen van Abinadab, leidden den nieuwen wagen.

1 Kronieken 13:7
En zij voerden de ark Gods op een nieuwen wagen uit het huis van Abinadab. Uza nu en Ahio leidden den wagen.