Vindplaatsen van het woord landvoogden in de apocriefe geschriften (5 verzen):

3 Ezra 4:47
Toen stond de koning Darius op, en kuste hem; en schreef hem de brieven aan al de rentmeesters, en landvoogden en krijgsoversten, en vorsten, dat zij hem zouden geleide doen, en allen die met hem opgingen om Jeruzalem te bouwen.

3 Ezra 4:48
En aan al de landvoogden in Celo-SyriŽ, FeniciŽ, en van de berg Libanon, schreef hij brieven, dat zij cederhout zouden overbrengen van de berg Libanon naar Jeruzalem, en dat zij de stad met hem zouden bouwen.

3 Ezra 6:27
Hij beval ook Sisinnes de ondervoogd van SyriŽ en FeniciŽ, en Sathrabusan en hun metgezellen, en de andere landvoogden, die in SyriŽ en FeniciŽ waren verordineerd, zorg te dragen, dat zij zich van die plaats zouden onthouden; en dat zij de knecht des Heren en overste van Judea, Zerubabel, en de oudsten der Joden, dit huis des Heren zouden laten bouwen, op zijn plaats.

3 Ezra 8:68
En gaven de bevelen des konings over, aan de rentmeesters des konings, en aan de landvoogden van Celo-SyriŽ en FeniciŽ; en zij verheerlijkten het volk en de tempel des Heren.

Esther (apocr.) 13:1
DE grote koning Artaxerxes van IndiŽ tot aan Morenland, schrijft dit aan de oversten der honderdenzevenentwintig provinciŽn, en aan de landvoogden die hun onderworpen zijn: