Vindplaatsen van het woord maakte in de apocriefe geschriften (46 verzen):

3 Ezra 1:34
En het volk nam Joachas, de zoon van Josia, en maakte hem tot koning in plaats van zijn vader, toen hij drieëntwintig jaren oud was.

3 Ezra 1:46
En maakte Zedekia koning over Judea en Jeruzalem; die was eenentwintig jaren oud, en regeerde elf jaren;

3 Ezra 3:1
EN Darius, koning zijnde, maakte een grote maaltijd voor al degenen die onder hem stonden, en voor al zijn huisgenoten, en voor al de groten van Medië en Perzië;

4 Ezra 1:23
Zo heb ik u geen vuur om uw lastering gegeven, maar ik legde hout in het water, dat u het water zoet maakte.

Tobias (Tobit) 2:8
En als de zon ondergegaan was, ging ik heen, maakte een graf en begroef hem,

Tobias (Tobit) 2:12
En mijn huisvrouw Anna maakte handwerk van wol in de vrouwenkameren.

Tobias (Tobit) 8:2
En als hij ging, dacht hij aan de woorden van Rafaël, en nam de as der reukofferen, en legde het hart en de lever van de vis daarop en maakte rook.

Judith 1:2
En bouwde rondom Ecbatana muren van gehouwen stenen, die drie ellen waren in de breedte, en zes ellen in de lengte; en maakte de hoogte des muurs zeventig ellen, en zijn breedte vijftig ellen;

Judith 1:5
En maakte haar poorten verheven tot de hoogte van zeventig ellen, en dezer poorten breedte van veertig ellen, tot de uittocht van zijn machtige legers, en tot de ordeningen van zijn voetvolk.

Judith 1:14
En kwam tot Ecbatana toe, en nam de torens in, en verwoestte haar straten, en haar sieraad maakte hij tot schande.

Judith 5:10
En de koning van Egypte stond tegen hen op, en gebruikte listigheid tegen hen door arbeid, en door maken van tichelstenen, en vernederde hen, en maakte hen tot slaven.

Judith 8:5
En zij maakte zichzelf een tent op het dak van haar huis, en deed een zak om haar lendenen, en zij was bekleed met klederen ener weduwe.

Boek der Wijsheid 9:9
Bij u is de wijsheid, die uw werken weet, en tegenwoordig was, toen gij de wereld maakte, en verstaat wat aangenaam is in uw ogen, en wat recht is in uw geboden.

Boek der Wijsheid 10:11
In de gierigheid dergenen die hem geweld aandeden, stond zij bij hem, en maakte hem rijk.

Boek der Wijsheid 10:12
Zij bewaarde hem van de vijanden, en maakte hem zeker tegen degenen, die hem lagen legden, en in die sterke strijd heeft zij hem de prijs der overwinning gegeven, opdat hij zou weten dat de godzaligheid machtiger is dan alles.

Boek der Wijsheid 10:21
Want de wijsheid opende de mond der stommen, en de tongen der sprakelozen maakte zij welsprekend.

Boek der Wijsheid 14:15
Want een vader, door ontijdige rouw over zijn zoon, die hem haastig was afgehaald, uitgeteerd zijnde, maakte een beeld, en de mens, die toen dood was, eert hij nu als een God, en beval degenen, die onder zijn gebied waren, godsdienstigheden en offeranden te plegen.

Boek der Wijsheid 18:21
Want de onstrafbare man kwam haastig en streed voor hen, brengende de wapenen van zijn dienst, namelijk het gebed en de verzoening door het reukwerk, en stelde zich tegen de gramschap en maakte een einde aan de jammer, betonende dat hij uw dienstknecht was.

Jezus Sirach 46:19
En de Here donderde van de hemel; en maakte dat zijn stem gehoord werd door de grote weerklank des donders;

Jezus Sirach 47:27
Toen kwam Jerobeam, de zoon van Nebat, die maakte Israël zondigende, en gaf Efraïm een weg der zonde, en hun zonden vermenigvuldigden zeer;

Jezus Sirach 48:2
Welke over hen bracht een zware honger, en door zijn ijver maakte hij dat hunner weinig werd.

Jezus Sirach 48:19
Hiskia maakte zijn stad vast, en leidde water in het midden daarvan; hij groef de spitse rotssteen met ijzer, en bouwde fonteinen om water te hebben.

Gebed van Azaria (Dan. 3) 1:50
En stiet de vlam des vuurs uit de oven, en maakte het middelste des ovens alsof een windje van de dauw suisde, en het vuur raakte hen gans niet, en deed hun geen verdriet, noch enige bekommering aan.

Bel en de draak (Dan. 14) 1:26
En Daniël nam pek, vet en haar, en kookte dit tezamen, en maakte daar koeken van, en gaf die de draak in de muil, en de draak berstte daarvan, en hij zeide: Zie uw goden.

1 Makkabeeën 2:70
En hij stierf in het honderdenzesenveertigste jaar, en zijn zonen begroeven hem in de graven zijner vaderen in Modin, en het ganse Israël maakte over hem zeer grote rouw.

1 Makkabeeën 6:20
Die, tezamen vergaderd zijnde, belegerden hen in het honderdenvijftigste jaar, en bij maakte tegen hen stormgereedschap en andere instrumenten van geweld.

1 Makkabeeën 6:49
En hij maakte vrede met degenen, die uit Bethsura waren; en zij trokken uit de stad, dewijl zij daar geen leeftocht meer hadden, om in de stad besloten te blijven, en het een sabbats jaar des lands was.

1 Makkabeeën 9:52
En hij maakte de stad van Bethsura sterk, en Gazara, en Acram, en hij stelde daarin krijgslieden en voorraad van spijs.

1 Makkabeeën 9:62
En Jonathan, en Simon, en die met hen waren, vertrokken naar Bethbasi, in de woestijn gelegen, en hij bouwde op hetgeen daar afgebroken was, en maakte de stad sterk.

1 Makkabeeën 9:64
En hij kwam en legerde zich tegen Bethbasi, en hij bestreed het vele dagen, en maakte instrumenten van geweld.

1 Makkabeeën 9:73
En zo rustte het zwaard in Israël; en Jonathan ging wonen in Michmas; en Jonathan begon het volk te richten, en maakte dat de goddelozen in Israël niet verschenen.

1 Makkabeeën 10:21
En Jonathan trok de heilige rok aan in de zevende maand van het honderdenzestigste jaar, op het feest der Loofhutten, en hij vergaderde krijgsvolk, en maakte vele wapenen gereed.

1 Makkabeeën 11:11
En hij maakte hem veracht, omdat hij zijn koninkrijk begeerde.

1 Makkabeeën 11:20
In die dagen vergaderde Jonathan die uit Judea, om de burcht te Jeruzalem in te nemen, en maakte tegen deze vele instrumenten van geweld.

1 Makkabeeën 11:27
En hij bevestigde hem in het hogepriesterschap, en in alle andere zaken, waarmee hij tevoren was vereerd geweest; en hij maakte hem tot een opperste van zijn voornaamste vrienden.

1 Makkabeeën 13:22
Tryfon dan maakte al zijn ruiterij gereed, om daarheen te trekken; en in die nacht had het zeer gesneeuwd, en hij trok vanwege de sneeuw niet, maar brak op, en trok naar Galaäditis.

1 Makkabeeën 13:26
En geheel Israël maakte een zeer grote rouw over hem, en beweende hem vele dagen.

1 Makkabeeën 13:29
En bij deze maakte hij enige instrumenten, rondom stellende enige grote pilaren, en hij maakte op de pilaren allerlei soort van wapenen, tot een eeuwige naam; en bij deze wapenen schepen ingehouwen, om gezien te worden door allen, die op de zee varen.

1 Makkabeeën 13:30
Dit is het graf, dat hij maakte te Modin, hetwelk nog is tot op deze dag.

1 Makkabeeën 13:43
In die dagen bracht Simon zijn leger voor Gaza, en hij belegerde de stad rondom, en hij maakte een stormtoren, en bracht die aan de stad, en brak daarmee een toren, en nam hem in.

1 Makkabeeën 14:5
En hij kreeg, boven al zijn heerlijkheid, Joppe tot een haven, en hij maakte dat de eilanden der zee een ingang vonden.

1 Makkabeeën 14:11
Hij maakte vrede in het land en Israël verheugde zich met grote verheuging.

1 Makkabeeën 14:32
Zo is dan Simon opgestaan, en oorloogde voor zijn volk, en hij maakte grote onkosten van zijn eigen geld, en bestelde wapenen voor de mannen der krijgsmacht van zijn volk, en gaf hun bezoldiging.

1 Makkabeeën 14:39
En hij maakte hem een van zijn vrienden, en hij verheerlijkte hem met grote heerlijkheid.

2 Makkabeeën 13:26
Doch Lysias, klimmende op de rechterstoel, verantwoordde dat bekwamelijk, en stelde hen tevreden, en stilde hen, en maakte hen goedgunstig, zodat hij vertrekken kon naar Antiochië. En zo is het gegaan met des konings aankomst en vertrek.

2 Makkabeeën 15:11
En wapende zo een ieder van hen, niet zozeer met zekerheid van schilden en spiesen, als met vermaning van goede woorden en hun daarbij verhaald hebbende een geloofwaardige droom, maakte hij hen allen tezamen zeer verheugd.