Vindplaatsen van het woord morgen in de apocriefe geschriften (7 verzen):

4 Ezra 10:58
De nacht nu die morgen wezen zal, zult gij hier blijven.

4 Ezra 14:26
En dit gedaan zijnde, zo zult gij sommige dingen openbaar maken, en sommige zult gij de wijzen heimelijk overgeven; want morgen te dezer ure zult gij beginnen te schrijven.

Jezus Sirach 10:11
De medicijnmeester houdt een lange ziekte af, en heden is iemand koning, en morgen zal hij sterven.

Jezus Sirach 20:15
Heden zal hij u lenen, en morgen wedereisen; de zodanige is van de Here en van de mensen gehaat.

Bel en de draak (Dan. 14) 1:11
En kom morgen vroeg, en indien gij niet vindt dat alles door Bel opgegeten is, zo zullen wij sterven, of Daniël zal sterven die tegen ons heeft gelogen.

1 Makkabeeën 2:63
Heden zal hij verhoogd worden en morgen zal hij niet gevonden worden, want hij zal wederkeren tot stof, en zijn overleggingen zullen vergaan.

3 Makkabeeën 5:24
Als nu de koning naar deze zijn wijze van doen weder een maaltijd aangericht had, zo vermaande hij dat men zich zou begeven tot vrolijkheid, en hij riep Hermon tot zich, en sprak met dreigen: O gij ellendige, hoe dikwijls moet men een en hetzelfde gelasten? wapen immers nu eenmaal tegen morgen de olifanten tot het verderf der Joden.