Vindplaatsen van het woord misdaad in de apocriefe geschriften (5 verzen):

3 Ezra 8:73
En tot mij zijn vergaderd allen die toen bewogen werden door het woord des Heren, de God Israëls, daar ik treurig was over deze misdaad, en ik zat droevig tot het avondoffer toe.

Tobias (Tobit) 3:17
Gij weet Here, dat ik zuiver ben van alle misdaad des mans.

Judith 5:23
En nu, heersende heer, zo er misdaad in dit volk is, en zo zij zondigen tegen hun God, en zo wij bemerken dat er onder hen zodanige ergernis is, zo zullen wij opklimmen en hen overweldigen.

Jezus Sirach 10:7
Hovaardigheid is hatelijk voor God en de mensen, en bij beide is hatelijk de misdaad der ongerechtigheid.

Jezus Sirach 20:28
Die zijn land bouwt, verhoogt zijn hoop, en die de groten behaagt, verzoent zijn misdaad.