Vindplaatsen van het woord maagden in het nieuwe testament (6 verzen):
Mattheüs 25:1
Alsdan zal het Koninkrijk der hemelen gelijk zijn aan tien maagden, welke haar lampen namen, en gingen uit, den bruidegom tegemoet.
Mattheüs 25:7
Toen stonden al die maagden op, en bereidden haar lampen.
Mattheüs 25:11
Daarna kwamen ook de andere maagden, zeggende: Heer, heer, doe ons open!
Handelingen 21:9
Deze nu had vier dochters, nog maagden, die profeteerden.
1 Korinthiërs 7:25
Aangaande de maagden nu, heb ik geen bevel des Heeren; maar ik zeg mijn gevoelen, als die barmhartigheid van den Heere gekregen heb, om getrouw te zijn.
Openbaring 14:4
Dezen zijn het, die met vrouwen niet bevlekt zijn, want zij zijn maagden; dezen zijn het, die het Lam volgen, waar Het ook heengaat; dezen zijn gekocht uit de mensen, tot eerstelingen Gode en het Lam.
Statenvertaling on line - bijbel en kunst