Vindplaatsen van het woord morgens in de apocriefe geschriften (16 verzen):

Tobias (Tobit) 9:8
En des morgens vroeg gingen zij te zamen, en kwamen tot de bruiloft. En Tobias zegende zijn vrouw.

Boek der Wijsheid 6:14
Die vroeg des morgens tot haar zal gekomen zijn, zal geen moeite hebben, want hij zal haar bij zijn poorten vinden zitten.

Jezus Sirach 6:36
Indien gij een verstandig man ziet, zo maak u des morgens vroeg tot hem, en uw voet betrede gestadig de trappen van zijn deuren.

Jezus Sirach 18:26
Van 's morgens vroeg tot op de avond verandert de tijd, en al deze dingen zijn haastig voor de Here. Een wijs mens vreest altijd, en in de dagen der zonden wacht hij zichzelf voor mishandeling, maar een dwaas zal de tijd niet waarnemen.

Jezus Sirach 31:21
Hoe weinig is genoeg voor een mens die wel onderwezen is; en hij hijgt niet op zijn bed, hij heeft een gezonde slaap, met een matig ingewand, hij staat des morgens vroeg weder op, en zijn vernuft is bij hem.

Jezus Sirach 47:12
Hij heeft op de feesten ingesteld dingen die wel staan, en de bestemde tijden volkomen versierd, opdat zij zouden prij zen zijn heilige naam, en van des morgens vroeg aan zijn heiligdom weerklank zouden doen geven.

Bel en de draak (Dan. 14) 1:15
En de koning was des morgens zeer vroeg op, en Daniël met hem;

1 Makkabeeën 4:52
En zij stonden des morgens vroeg op, de vijfentwintigste van de negende maand (deze is de maand Chasleu) in het honderdenachtenveertigste jaar;

1 Makkabeeën 6:33
En de koning stond op, des morgens vroeg, en verplaatste het leger; het in grote haast brengende tegen de weg van Bethzacharia, en het leger verdeeld zijnde om te vechten, zo bliezen zij de trompetten.

1 Makkabeeën 9:13
En die met Judas waren bliezen ook zelf de trompetten, zodat de aarde van het geluid des legers beefde, en zij vochten tegen elkander van des morgens vroeg tot de avond toe.

1 Makkabeeën 10:81
En Jonathan vernam dat achter hem een lage gelegd was, en zij omsingelden zijn leger, en zij schoten hun pijlen op het volk van des morgens vroeg tot de avond, en het volk stond stil gelijk Jonathan gelast had; en hun paarden waren vermoeid.

1 Makkabeeën 11:66
Doch Jonathan legerde zich met zijn leger tegen het meer Gennesareth, en des morgens vroeg trokken zij naar het vlakke veld Nazor.

1 Makkabeeën 16:5
En des morgens vroeg opstaande, trokken zij naar het vlakke veld; en ziet, een grote macht te voet en te paard ontmoette hen, en tussen hen beiden was een beek.

3 Makkabeeën 5:3
Daarenboven gingen tegen de avond de dienaars uit, en bonden de handen der ellendige Joden, en bedachten voorts wat te doen was om hen te verzekeren, menende dat dit geslacht tegelijk des morgens een einde zou nemen en uitgeroeid worden.

3 Makkabeeën 5:5
En hun gedurig gebed klom op in de hemel. Hermon nu, als hij de wrede olifanten drinken had gegeven, en met het geven van veel wijn vervuld, en met wierook verzadigd had, kwam des morgens vroeg tot des konings hof, om de koning deze zaken te kennen te geven.

3 Makkabeeën 5:15
Zodra nu de haan des morgens vroeg kraaide, wapende Hermon die grote beesten, en bewoog ze in die grote plaats; en het volk uit de ganse stad vergaderde tot dit zeer ellendig schouwspel, en verwachtte met verlangen de morgenstond.