Vindplaatsen van het woord male in de apocriefe geschriften (7 verzen):

Judith 10:5
En zij gaf haar dienstmaagd een lederen fles met wijn, en een kruik met olie, en vulde een male met meel, en met vijgen, en reine broden, en bond al haar vaten om en om, en legde ze deze op.

Jezus Sirach 19:14
Bestraf uw naaste, misschien heeft hij het niet gezegd, en zo hij het gezegd heeft, dat hij het ten tweeden male niet zegge.

Jezus Sirach 50:22
En zij baden ten tweeden male aan, om de zegen van de Allerhoogste te verkrijgen.

1 Makkabeeën 9:1
Als Demetrius hoorde hoe Nicanor en zijn krijgsvolk de oorlog gevoerd hadden, zo voer hij voort Bacchides en Alcimus ten tweeden male te zenden naar het land Juda, en met de rechtervleugel van zijn krijgsvolk.

2 Makkabeeën 2:25
Want wij, ziende de verwarring in de getallen, en de zwarigheid, die er is voor degenen, die de historische verhalen te enen male willen doorlezen, om de menigte van de stof,

2 Makkabeeën 13:22
De koning hield ten tweeden male overleg met die van Bethsura, en de rechterhand gegeven en ontvangen hebbende, vertrok.

3 Makkabeeën 5:25
Maar de bloedvrienden, die daar mede aanzaten, over zijn ongestadig gemoed zich verwonderende, spraken deze woorden: O koning, hoe, lang verzoekt gij ons als onverstandigen? gij hebt nu ten derden male gelast hen uit te roeien, en weder op de daad zo herroept gij, uit verandering, wat gij bevolen hebt;