Vindplaatsen van het woord metgezel in de apocriefe geschriften (6 verzen):

Jezus Sirach 37:2
Blijft de droefheid niet tot de dood toe wanneer een metgezel en een vriend tot vijanden worden?

Jezus Sirach 37:4
Een metgezel leeft met zijn vriend in verheuging, en in de tijd van verdrukking zal hij hem tegen zijn.

Jezus Sirach 37:5
Een metgezel arbeidt met zijn vriend om des buiks wil, en neemt een schild tegen de vijand.

Jezus Sirach 41:23
Voor een metgezel en vriend vanwege ongerechtigheid, en voor de plaats, waar gij als vreemdeling woont, vanwege dieverij;

Jezus Sirach 42:3
Noch om te horen spreken uw metgezel, en die met u over weg reizen; noch de vrienden hun erfdeel te geven.

1 Makkabeeën 10:65
En de koning verheerlijkte hem, en schreef hem onder zijn voornaamste vrienden, en hij stelde hem tot een overste van het krijgsvolk, en tot een metgezel in de regering.