Vindplaatsen van het woord mem in het oude testament (14 verzen):
Psalmen 25:12
Mem. Wie is de man, die den HEERE vreest? Hij zal hem onderwijzen in den weg, dien hij zal hebben te verkiezen.
Psalmen 34:13
Mem. Wie is de man, die lust heeft ten leven, die dagen liefheeft, om het goede te zien?
Psalmen 37:23
Mem. De gangen deszelven mans worden van den HEERE bevestigd; en Hij heeft lust aan zijn weg.
Psalmen 111:7
Mem. De werken Zijner handen zijn waarheid en oordeel; Nun. al Zijn bevelen zijn getrouw.
Psalmen 112:7
Mem. Hij zal voor geen kwaad gerucht vrezen; Nun. zijn hart is vast, betrouwende op den HEERE.
Psalmen 119:97
Mem. Hoe lief heb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting den gansen dag.
Psalmen 145:13
Mem. Uw Koninkrijk is een Koninkrijk van alle eeuwen, en Uw heerschappij is in alle geslacht en geslacht.
Spreuken 31:22
Mem. Zij maakt voor zich tapijtsieraad; haar kleding is fijn linnen en purper.
Klaagliederen 1:13
Mem. Van de hoogte heeft Hij een vuur in mijn beenderen gezonden, waarover Hij geheerst heeft; Hij heeft voor mijn voeten een net uitgebreid, Hij heeft mij achterwaarts doen keren, Hij heeft mij woest en ziek gemaakt den gansen dag.
Klaagliederen 2:13
Mem. Wat getuigen zal ik u brengen, wat zal ik bij u vergelijken, gij dochter Jeruzalems? Wat zal ik bij u vergelijken, dat ik u trooste, gij jonkvrouw, dochter Sions, want uw breuk is zo groot als de zee, wie kan u helen?
Klaagliederen 3:37
Mem. Wie zegt wat, hetwelk geschiedt, zo het de Heere niet beveelt?
Klaagliederen 3:38
Mem. Gaat niet uit den mond des Allerhoogsten het kwade en het goede?
Klaagliederen 3:39
Mem. Wat klaagt dan een levend mens? Een ieder klage vanwege zijn zonden.
Klaagliederen 4:13
Mem. Het is vanwege de zonden harer profeten, en de misdaden harer priesteren, die in het midden van haar het bloed der rechtvaardigen vergoten hebben.
Statenvertaling on line - bijbel en kunst