Vindplaatsen van het woord machtig in de apocriefe geschriften (19 verzen):

3 Ezra 6:14
En dit huis is van over zeer vele jaren gebouwd door een groot en machtig koning Israëls, en is voltooid.

3 Ezra 8:86
En gij zult niet zoeken te eniger tijd vrede te hebben met hen, opdat gij machtig wordt en eet het goede des lands, en het uw kinderen doet erven in eeuwigheid.

Judith 11:6
Want wij hebben van uw wijsheid gehoord, en van de vernuftige daden uws harten, en het wordt verkondigd in het gehele aardrijk, dat gij alleen kloek zijt in geheel het koninkrijk, en machtig in wetenschap, en wonderlijk in de krijgsordeningen.

Boek der Wijsheid 8:21
En verstaande dat ik haar anders niet machtig zou worden, indien God haar mij niet gaf, (en dat was ook kloekheid, te weten van wie die genade komt) zo ging ik tot de Here, en bad hem, en sprak uit geheel mijn hart.

Jezus Sirach 6:28
Speur haar na en zoek haar, en zij zal u bekend worden, en als gij haar machtig geworden zijt, zo laat haar niet van u.

Jezus Sirach 8:1
STRIJD met geen machtig mens, dat gij niet misschien in zijn handen valt.

Jezus Sirach 13:11
Als u een machtig heer tot zich nodigt, zo maak u ter zijde, en hij zal u zo veel te meer en te vaker tot zich noden.

Jezus Sirach 16:12
Want ontferming en toorn is bij hem; hij is een machtig Here, die haastig verzoend wordt, en toorn uitstort.

Jezus Sirach 21:8
Wie machtig is met de tong, die is van verre bekend, maar een verstandige merkt wel wanneer hij struikelt.

Jezus Sirach 47:6
Want hij riep de Allerhoogste Here aan, en die gaf hem in zijn rechterhand kracht dat hij weg nam een mens, die machtig, was in de oorlog, om de hoorn zijns volks te ver hogen.

Baruch 6:63
Daarom moet men noch houden, noch zeggen, dat zij goden zijn, daar zij niet machtig zijn de mensen straf te oefenen noch wel te doen.

Susanna (Dan. 13) 1:39
En ziende hen bij elkander, konden wij de gezel niet machtig worden, omdat hij sterker was dan wij; en hij deed de deuren open en sprong weg.

Gebed van Manasse 1:4
Voor welke alle dingen schrikken, en sidderen voor uw machtig aangezicht.

1 Makkabeeën 5:41
Maar indien hij zal vrezen, en zijn leger opslaan over de rivier, zo zullen wij overtrekken tot hem, en wij zullen hem te machtig zijn.

1 Makkabeeën 8:1
En Judas hoorde de naam der Romeinen, dat zij machtig waren in sterkte, en dat zij licht toestonden al hetgeen hun voorgesteld werd, en dat zij vriendschap maakten met al degenen, die tot hen kwamen, en dat zij machtig waren in sterkte.

1 Makkabeeën 10:19
Wij hebben van u gehoord, dat gij een machtig man zijt in sterkte, en dat gij bekwaam zijt om onze vriend te zijn.

2 Makkabeeën 8:18
En hij zeide: Dezen vertrouwen op hun wapenen en stoutheid, waar wij vertrouwen op de almachtige God, die machtig is dezen, die tegen ons komen, en ook de gehele wereld, met één wenk ter neder te werpen.

2 Makkabeeën 15:4
En als dezen antwoordden: Daar is een Here die leeft, deze is in de hemel een machtig prins, die gebeden heeft dat men de zevende dag zal vieren.

2 Makkabeeën 15:5
En de ander zeide: Ik ben ook een machtig prins op de aarde, die u gebied de wapenen te nemen, en des konings diensten te volbrengen. En nochtans kon hij zijn ellendigen raadslag niet uitvoeren.