Vindplaatsen van het woord maait in het nieuwe testament (3 verzen):
Lukas 19:21
Want ik vreesde u, omdat gij een straf mens zijt; gij neemt weg, wat gij niet gelegd hebt, en gij maait, wat gij niet gezaaid hebt.
Johannes 4:36
En die maait, ontvangt loon, en vergadert vrucht ten eeuwigen leven; opdat zich te zamen verblijde, beide, die zaait en die maait.
Johannes 4:37
Want hierin is die spreuk waarachtig: Een ander is het, die zaait, en een ander, die maait.
Statenvertaling on line - bijbel en kunst