Vindplaatsen van het woord onzes in de apocriefe geschriften (14 verzen):
3 Ezra 8:47
Hun bevelende, dat zij Loddo en zijn broederen, en de schatbewaarders in die plaats zouden aanzeggen, dat zij ons enigen zouden toezenden, die het priesterschap in het huis onzes Gods mochten bedienen.
3 Ezra 8:48
En zij brachten tot ons, naar de sterke hand onzes Heren, enige verstandige mannen uit de kinderen van Moöli, de zoon van Levi, de zoon van Israël, namelijk Asebebia en zijn zonen, en zijn broederen, zijnde achttien;
3 Ezra 8:53
Want wij hadden tegen de koning gezegd, dat de sterkte onzes Heren was voor degenen, die hem zochten in alle oprechtheid.
3 Ezra 8:56
En ik woog hun het zilver en het goud, en de heilige vaten van het huis onzes Heren, welke de koning, en zijn raadsheren, en de groten, en het ganse Israël gegeven hadden.
3 Ezra 8:60
Zo waakt, en bewaart ze, totdat gij ze overlevert aan de oversten der priesters en Levieten, en aan de oversten der vaderlijke huizen Israëls te Jeruzalem, in de cellen van het huis onzes Gods.
3 Ezra 8:62
En wij trokken weder op van de rivier Thera, de twaalfde dag der eerste maand, totdat wij gekomen zijn te Jeruzalem, naar de sterke hand onzes Heren, die over ons was.
3 Ezra 8:80
En om ons een licht te ontdekken in het huis des Heren onzes Gods, en om ons spijs te geven in de tijd van onze dienstbaarheid.
3 Ezra 8:82
En om de tempel onzes Heren te verheerlijken, en het verwoeste Sion op te richten, en om ons een vastigheid te geven in Judea en Jeruzalem.
Judith 10:15
En zij zeiden tot haar: Gij hebt uw leven behouden, dewijl gij u gehaast hebt af te komen tot het aangezicht onzes heren. En nu, ga voort tot zijn tent, en enigen van ons zullen u geleiden, totdat zij u in zijn handen zullen leveren.
Judith 11:11
Zij hebben ook voorgenomen tot spijs te gebruiken de eerstelingen van koren, en de tienden van wijn en van olie, welke zij bewaard hebben en geheiligd voor de priesters, die te Jeruzalem voor het aanschijn onzes Gods staan, welke zelfs niemand uit het volk met de handen betaamt aan te raken.
Jezus Sirach 17:25
Hoe groot is de ontferming des Heren onzes Gods, en de verzoening voor degenen die zich heilig tot hem bekeren.
Baruch 1:18
En wij zijn hem ongehoorzaam geweest, en hebben de stem des Heren onzes Gods niet gehoord, om te wandelen naar de bevelen des Heren, die hij voor ons aangezicht gegeven had.
Baruch 1:21
En wij hebben de stem des Heren onzes Gods niet gehoord, naar al de woorden der profeten, die hij tot ons heeft gezonden.
Baruch 1:22
Maar een ieder van ons is voortgegaan, in de gedachten van zijn boos hart, om andere goden te offeren, en kwaad te doen voor de ogen des Heren onzes Gods.
Statenvertaling on line - bijbel en kunst