Vindplaatsen van het woord offeranden in de apocriefe geschriften (33 verzen):
3 Ezra 1:6
En slacht ordelijk het Pascha, en bereidt de offeranden voor uw broederen; en houdt het Pascha naar het bevel des Heren, dat hij Mozes heeft gegeven.
3 Ezra 1:12
En zij braadden het Pascha aan het vuur, gelijk het behoorde, en offeranden kookten zij in koperen ketels en potten, met goede reuk;
3 Ezra 1:18
Om het Pascha te houden, en offeranden te brengen op het altaar des Heren, naar het bevel des konings Josia.
3 Ezra 5:51
Want al de volken, die op de aarde waren, versterkten zich. En zij offerden offeranden naar de tijd, en brandofferen voor de Here, namelijk het vroeg-offer en het spade-offer.
3 Ezra 5:52
En zij hielden het feest der loofhutten, gelijk in de wet bevolen was, en offerden dagelijks offeranden gelijk het betaamde en daarna gedurige offeranden, en offeranden der Sabbatten, en der nieuwe maanden, en van alle andere feestdagen, voor degenen die geheiligd waren.
3 Ezra 5:53
En allen, die God geloften gedaan hadden, van de nieuwe maan der zevende maand af, begonnen God offeranden te offeren, en de tempel des Heren was nog niet gebouwd.
3 Ezra 5:69
Want wij behoren aan uw God gelijk als gij, en doen hem offeranden, van de dagen van Asbakaf de koning van Assyrië af, die ons hier heeft overgebracht.
3 Ezra 6:24
In het eerste jaar als Cyrus regeerde, gebood de koning Cyrus, dat men het huis des Heren te Jeruzalem zou bouwen, waar men offeranden doen zou door gedurig vuur.
3 Ezra 8:16
Opdat men de Here offere offeranden op het altaar des Heren, huns Gods, die te Jeruzalem is;
3 Ezra 8:66
En die uit de gevangenis aangekomen waren, offerden tot offeranden de Here de God Israëls, twaalf stieren, voor het ganse Israël,
4 Ezra 1:31
Wanneer gij mij offeranden zult voortbrengen, zo zal ik mijn aangezicht van u keren; want uw feestdagen, en nieuwe maanden, en besnijdingen heb ik verworpen.
4 Ezra 3:24
En gij hebt hem gezegd, dat hij uw naam een stad zou bouwen, en dat men u daarin wierook en offeranden zou offeren.
4 Ezra 10:46
En het is gebeurd, dat Salomo na dertig jaren de stad heeft gebouwd en offeranden heeft geofferd, toen is het geschied dat de onvruchtbare een zoon gebaard heeft.
Boek der Wijsheid 12:4
Omdat zij zeer hatelijke werken bedreven, van toverijen en onheilige offeranden,
Boek der Wijsheid 14:15
Want een vader, door ontijdige rouw over zijn zoon, die hem haastig was afgehaald, uitgeteerd zijnde, maakte een beeld, en de mens, die toen dood was, eert hij nu als een God, en beval degenen, die onder zijn gebied waren, godsdienstigheden en offeranden te plegen.
Boek der Wijsheid 14:23
Want zij, of zij hun offeranden waarin zij hun kinderen doden, òf verborgen godsdiensten, òf razende brasserijen naar andere wetten plegen.
Jezus Sirach 14:11
Mijn kind, doe uzelf goed naar dat gij vermoogt, en breng de Here offeranden toe, gelijk behoort.
Jezus Sirach 35:1
WIE de wet bewaart, die doet offeranden genoeg; wie op de geboden acht heeft, die offert een slachtoffer des heils.
Jezus Sirach 45:20
Uit alle levenden heeft hij hem uitverkoren, om de Here offeranden toe te brengen; reukwerk en welriekende reuk tot gedachtenis, om verzoening te doen voor het volk.
Jezus Sirach 50:12
En als hij de gedeelten der offeranden uit de hand der priesters ontving, zo stond hij zelf bij de haard van het altaar.
Baruch 6:27
Hun offeranden verkopen hun priesters en verteren die onnut; desgelijks ook hun vrouwen leggen daarvan in het zout, en delen noch de armen, noch de kranken daarvan mee.
Baruch 6:28
Hun offeranden raken de maandstondige en kraamvrouwen aan. Ziet dan daaruit dat zij geen goden zijn, en vreest voor hen niet.
1 Makkabeeën 4:56
En zij hielden deze inwijding van het altaar acht dagen lang, offerende met vreugde brandoffers, en slachtende offeranden der behoudenis en des lofs.
1 Makkabeeën 12:11
Wij dan zullen in alle gelegenheid zonder ophouden uwer gedenken, zo op onze feestdagen, als andere gevoegelijke dagen, in de ófferanden die wij offeren, en ook in onze gebeden, gelijk het behoort en betamelijk is de broederen gedachtig te zijn.
2 Makkabeeën 1:21
Zo gebood hij hun, dat zij zouden putten, en brengen; en als hetgeen tot de offeranden behoorde geofferd was, gebood Nehemia de priesters het hout, en wat daarop lag, te besprengen met dat water.
2 Makkabeeën 3:3
Zodat ook Seleucus, koning van Azië uit zijn eigen inkomsten al de onkosten betaalde die gedaan werden in de dienst der offeranden.
2 Makkabeeën 3:6
En heeft hem geboodschapt, dat de schatkist te Jeruzalem vol was van geld, zodat de menigte der kostelijke dingen ontelbaar was, en dat ze niet behoorden tot de rekening der offeranden, en dat het mogelijk was, dat deze zouden kunnen vallen in de macht van de koning.
2 Makkabeeën 4:14
Zodat de priesters niet meer volvaardig waren om de dienst te doen bij het altaar, maar de tempel verachtende, en de offeranden nalatende, benaarstigden zich, om deel te nemen aan de onwettelijke oefeningen, die in de worstelplaats geschiedden, nadat zij anderen beroepen hadden, om met de bal te spelen;
2 Makkabeeën 6:21
En degenen, die gesteld waren om deze onwettige ingewanden te eten, om de kennis, die zij met de man van oude tijden hadden gehad, hem terzijde nemende, vermaanden hem dat hij vlees zou willen brengen, dat hem geoorloofd was te gebruiken, door hemzelf tevoren toebereid, en dat hij zou willen veinzen, alsof hij at hetgeen door de koning was verordineerd, namelijk het vlees der offeranden.
2 Makkabeeën 9:16
En dat hij de heilige tempel, die hij tevoren beroofd had, met zeer schone geschenken zou versieren, en dat hij al de heilige vaten veelvoudig zou weergeven, en dat hij uit zijn eigen inkomsten de onkosten, die tot de offeranden behoorden, zou bestellen;
2 Makkabeeën 13:23
En slag leverende met degenen die met Judas waren, ontving hij de nederlaag. En als hij vernomen had dat Filippus, die hij te Antiochië gelaten had om zijn zaken te doen, afgevallen was, is hij verslagen geworden; en de Joden gebeden hebbende, onderwierp hij zich aan hen, en zwoer hun op alle billijke voorwaarden; en met hen verenigd zijnde, offerde hij offeranden, en vereerde de tempel, en betoonde aan de plaats grote eer.
2 Makkabeeën 14:31
De andere nu, merkende dat hij door de man met een behendige krijgslist bedrogen was, ging naar de grootste en heiligste tempel, als de priesters de behoorlijke offeranden opofferden, en gebood hun, dat zij hem de man zouden uitleveren.
3 Makkabeeën 5:28
Met een zeer onreine eed vast gezworen, dat hij niet alleen dezen zonder enig verwijl wilde straffen, met de knieën en voeten dezer wrede beesten, en zo ten grave zenden, maar ook tegen Judea een heerleger voeren, en het land snel te vuur en te zwaard te gronde werpen, en hun heiligdom, waar zij de offeranden offerden daar wij niet mogen ingaan, zeide hij in der haast met vuur verbranden, en te allen tijd in de as laten liggen.
Statenvertaling on line - bijbel en kunst