Vindplaatsen van het woord ontkomen in de apocriefe geschriften (5 verzen):

4 Ezra 12:34
Want hij zal mijn overgebleven volk verlossen van de ellende, namelijk die op mijn palen zullen ontkomen zijn, en hij zal hen vrolijk maken totdat het einde en de dag des oordeels komen zal, waarvan ik u in het begin gesproken heb.

4 Ezra 12:42
Want gij zijt alleen voor ons over uit alle volken als een druiftak van de wijngaard, en als een kaars in een duistere plaats, en als een haven, en een schip, dat uit het onweder ontkomen is.

Baruch 6:54
Want ook, als het vuur valt in het huis van deze houten, vergulde en verzilverde goden, zo zullen hun priesters wel kunnen ontvlieden en ontkomen, maar zij zullen als balken midden daarin verbrand worden.

3 Makkabeeën 5:8
Als nu de Joden die tevoren betekende ure ontkomen waren, prezen zij hun heilige God; en zij baden hem weder, die zich lichtelijk laat verzoenen, dat hij de sterkte van zijn machtige hand aan de hoogmoedige heidenen wilde tonen.

3 Makkabeeën 6:26
En dit sprak de koning; en zij werden van stonden aan ontbonden, en loofden de heilige God, hun behouder, als zij de dood ontkomen waren.