Vindplaatsen van het woord open in de apocriefe geschriften (22 verzen):
3 Ezra 4:19
Zo verlaten zij dat alles, en wenden de ogen op haar, en met open mond aanschouwen zij haar; en hebben meer begeerte tot haar, dan tot het goud en het zilver en allerlei fraaiigheid.
3 Ezra 4:31
En bovendien zag haar de koning met open mond aan, en indien zij hem aanlachte, zo lachte hij ook; en indien zij op hem gram werd, zo liefkoosde hij haar, opdat zij met hem verzoend zou worden.
4 Ezra 5:37
Open mij de binnenkameren die gesloten zijn, en breng mij te voorschijn de winden, die daarin besloten zijn: toon mij het beeld van de stem; en dan zal ik u tonen de arbeid waarnaar gij vraagt om die te zien.
4 Ezra 9:12
En toen hun nog plaats van berouw open was, die het niet verstonden, maar verachtten het, deze moeten het na de dood in de pijn leren kennen.
4 Ezra 14:38
En mij geschiedde des anderen daags, dat een stem mij riep, zeggende: Ezra, doe uw mond open, en drink hetgeen ik u te drinken zal geven.
4 Ezra 14:39
Toen deed ik mijn mond open, en ziet een volle beker werd mij toegereikt. Deze was vol, als van water, doch zijn kleur was als van vuur.
Judith 3:2
Ziet, wij zijn knechten des groten konings Nabuchodonosors, en liggen hier open voor u.
Judith 3:4
Ziet, al onze landhuizen, en al onze plaatsen, en al onze korenvelden, en al ons klein en groot vee, en al de stallen onzer woningen liggen open voor u, doe daarmee gelijk het u behaagt.
Judith 10:9
En zeide tot hen: Beveelt dat mij de poort der stad opengedaan worde en ik zal uitgaan om de dingen te volbrengen, waarvan gij met mij hebt gesproken, en zij bevalen de jongelingen haar open te doen, gelijk zij gesproken had, en zij deden alzo.
Judith 13:13
En Judith zeide van verre tot degenen, die de wacht hadden over de poorten: Doet open! doet toch de poort open, God, onze God, is met ons om nog kracht te bewijzen in Israël, en tegen de vijanden, gelijk hij ook heden gedaan heeft.
Judith 13:15
En zij liepen allen tezamen van de minste tot de meeste, want het dacht hun vreemd, dat zij kwam en zij deden de poort open, en ontvingen haar.
Judith 14:13
En als hij niemand hoorde, deed hij open, en kwam in de slaapkamer.
Jezus Sirach 20:14
Weinig zal hij geven, en veel verwijten, en zal zijn mond open doen als een uitroeper.
Jezus Sirach 24:2
Zij doet haar mond open in de gemeente des Allerhoogsten, en beroemt zich in tegenwoordigheid van zijn kracht, zeggende:
Jezus Sirach 31:12
Als gij aan een grote tafel zit, zo doe uw keel over deze niet wijd open;
Jezus Sirach 39:7
En doet zijn mond open tot het gebed, en smeekt voor zijn zonden.
Baruch 2:17
Doe uw ogen open Here, en zie, want de doden in het graf, welker geest van hun ingewanden weggenomen is, zullen de Here de prijs der heerlijkheid en rechtvaardigheid niet geven.
Susanna (Dan. 13) 1:25
En de ene van hen toelopende deed de deuren van de hof open.
Susanna (Dan. 13) 1:39
En ziende hen bij elkander, konden wij de gezel niet machtig worden, omdat hij sterker was dan wij; en hij deed de deuren open en sprong weg.
Bel en de draak (Dan. 14) 1:17
En het geschiedde, zo haast de koning de deuren open gedaan had, en op de tafel zag, dat hij met luider stem uitriep: Bel gij zijt groot, en geen bedrog is bij u.
1 Makkabeeën 10:76
En die van de stad, vrezende, deden open en Jonathan vermeesterde Joppe.
2 Makkabeeën 6:18
Een zekere Eleazar, een van de voornaamste schriftgeleerden, een man die verre op zijn dagen gekomen was, en zeer schoon was van aangezicht, werd genoodzaakt zijn mond open te doen, en varkensvlees te eten.
Statenvertaling on line - bijbel en kunst