Vindplaatsen van het woord oor in de apocriefe geschriften (9 verzen):

Boek der Wijsheid 1:10
Overmits zijn ijverig oor al de dingen hoort, en het knorren des murmurerens hem niet verborgen is.

Jezus Sirach 3:30
Het hart des verstandigen denkt op gelijkenis, en het oor des toehoorders is des wijzen begeerte.

Jezus Sirach 4:8
Neig uw oor tot de arme, zonder droefheid; en antwoord hem vreedzaam met zachtmoedigheid.

Jezus Sirach 6:34
Indien gij liefde zult hebben om te horen, zo zult gij verstand krijgen, en indien gij uw oor zult neigen, zo zult gij wijs worden.

Jezus Sirach 16:6
Vele dergelijke dingen heeft mijn oog gezien, en mijn oor heeft sterker dingen gehoord dan deze.

Jezus Sirach 17:11
Hun ogen hebben zijn heerlijke majesteit gezien, en hun oor heeft gehoord de heerlijkheid zijner stem, en heeft tot hen gezegd:

Jezus Sirach 38:32
De klank van de hamer en het aanbeeld vernieuwt zijn oor, en zijn ogen zijn tegenover de gelijkenis van het vat.

Jezus Sirach 51:21
Ik hem mijn oor een weinig geneigd, en heb haar aangenomen;

Baruch 2:16
Here zie neder uit uw heilig huis, en gedenk aan ons, en neig, Here, uw oor, en hoor.