Vindplaatsen van het woord offerden in de apocriefe geschriften (18 verzen):
3 Ezra 1:14
Want de priesters offerden het vette, totdat de tijd verliep; en de Levieten bereidden het voor zichzelf, en voor de priesters, hun broederen, de zonen Aärons.
3 Ezra 5:51
Want al de volken, die op de aarde waren, versterkten zich. En zij offerden offeranden naar de tijd, en brandofferen voor de Here, namelijk het vroeg-offer en het spade-offer.
3 Ezra 5:52
En zij hielden het feest der loofhutten, gelijk in de wet bevolen was, en offerden dagelijks offeranden gelijk het betaamde en daarna gedurige offeranden, en offeranden der Sabbatten, en der nieuwe maanden, en van alle andere feestdagen, voor degenen die geheiligd waren.
3 Ezra 7:7
En offerden tot de inwijding van de tempel des Heren honderd stieren, tweehonderd rammen, vierhonderd lammeren;
3 Ezra 8:66
En die uit de gevangenis aangekomen waren, offerden tot offeranden de Here de God Israëls, twaalf stieren, voor het ganse Israël,
3 Ezra 9:20
En legden de hand daaraan; dat zij hun vrouwen verstieten; en dat zij rammen offerden tot verzoening over hun misdaden.
Tobias (Tobit) 1:5
Opdat al de stammen daar zouden offeren, en de tempel der woning van de Allerhoogste was geheiligd en gebouwd voor alle geslachten der wereld. En al de stammen, die tezamen afgeweken waren, en het huis Naftali, mijns vaders, offerden het kalf Baäl.
Judith 4:16
En Joakim de hogepriester, en al de priesters, die voor de Here stonden, en die de Here dienden, hun lendenen met zakken omgord hebbende, offerden het brandoffer des gedurigen offers, en de beloften, en de vrijwillige gaven des volks, en as was op hun haar.
Judith 16:22
En als zij nu te Jeruzalem gekomen waren, aanbaden zij God, en toen het volk gereinigd was, offerden zij hun brandofferen en hun gewillige offeren, en hun gaven.
Boek der Wijsheid 18:9
Want de heilige kinderen der vromen offerden in het verborgen, en ordineerden de Goddelijke wet met eendracht, dat de heiligen beide derzelver goederen en gevaren tegelijk deelachtig zouden worden, zingende reeds tevoren de lof der vaderen.
1 Makkabeeën 1:46
En velen van Israël hadden een welgevallen aan zijn godsdienst, en offerden de afgoden, en ontheiligden de sabbat.
1 Makkabeeën 1:59
En in de deuren van de huizen, en op de straten offerden zij reukwerk;
1 Makkabeeën 1:63
En zij offerden de vijfentwintigste dag van de maand op het altaar, dat op het reukaltaar was.
1 Makkabeeën 4:53
En zij offerden, naar de wet, op het nieuwe altaar der brandoffers, dat zij gemaakt hadden;
1 Makkabeeën 5:54
En zij gingen op naar de berg Sion, met vreugde en blijdschap, en zij offerden brandofferen, omdat van hen niet een gevallen was, totdat zij in vrede waren wedergekeerd.
2 Makkabeeën 1:8
Dat zij de voorpoort verbrand, en onschuldig bloed vergoten hebben; en wij de Here baden, en verhoord zijn, en offerden slachtofferen, en zemelmeel, en ontstaken de lampen, en zetten de toonbroden voor.
2 Makkabeeën 10:7
Derhalve dragende ranken van wijngaarden en schone takken, en ook palmtakken, offerden zij lofzangen hem, die voorspoed had gegeven, dat deze zijn plaats zou gereinigd worden.
3 Makkabeeën 5:28
Met een zeer onreine eed vast gezworen, dat hij niet alleen dezen zonder enig verwijl wilde straffen, met de knieën en voeten dezer wrede beesten, en zo ten grave zenden, maar ook tegen Judea een heerleger voeren, en het land snel te vuur en te zwaard te gronde werpen, en hun heiligdom, waar zij de offeranden offerden daar wij niet mogen ingaan, zeide hij in der haast met vuur verbranden, en te allen tijd in de as laten liggen.
Statenvertaling on line - bijbel en kunst