Vindplaatsen van het woord oefenen in de apocriefe geschriften (6 verzen):
Judith 2:1
EN in het achttiende jaar, op de tweeëntwintigste dag der eerste maand, werd er gesproken in het huis van Nabuchodonosor, de koning der Assyriërs, van wraak te oefenen over het ganse land, gelijk hij gezegd had.
Jezus Sirach 28:6
Gedenk aan uw uiterste, en houd op vijandschap te oefenen.
Jezus Sirach 50:28
Zalig is hij, die zich in deze dingen. oefenen zal, en die ze ter harte neemt, zal wijs worden.
Jezus Sirach 51:3
En van de strik der lasterende tong; van de lippen dergenen die leugens oefenen; en tegen degenen die zich tegen mij stelden, zijt gij mij een helper geweest.
Baruch 6:63
Daarom moet men noch houden, noch zeggen, dat zij goden zijn, daar zij niet machtig zijn de mensen straf te oefenen noch wel te doen.
1 Makkabeeën 6:22
Hoe lang zult gij geen recht oefenen, en zult onze broeders niet wreken?
Statenvertaling on line - bijbel en kunst