Vindplaatsen van het woord paard in de apocriefe geschriften (10 verzen):

Judith 2:7
En Holofernes ging uit van voor het aanschijn zijns heren, en riep al de machtigen, en de krijgsoversten, en de hoofdlieden van het leger der Assyriërs, en telde uitgelezen mannen tot de krijg, gelijk hem zijn heer bevolen had, tot honderdentwintigduizend, en twaalfduizend schutters te paard;

Judith 7:2
Zo trokken alle kloeke mannen onder hen op in die dag. En hun macht van strijdbare mannen was honderdenzeventigduizend man te voet, en twaalfduizend te paard, behalve de krijgsrusting; en daar was een zeer grote menigte van mannen, die onder hen te voet waren.

Jezus Sirach 30:8
Een ongetemd paard wordt wrevelig, en een ongebonden zoon wordt moedwillig.

1 Makkabeeën 15:38
En de koning stelde Cendebeüs tot een overste van de zeekant, en gaf hem krijgsvolk, te voet en te paard.

1 Makkabeeën 16:5
En des morgens vroeg opstaande, trokken zij naar het vlakke veld; en ziet, een grote macht te voet en te paard ontmoette hen, en tussen hen beiden was een beek.

2 Makkabeeën 3:25
Want door hen werd een paard gezien, met een zeer schoon dek versierd, waarop een zat, die schrikkelijk was, hetwelk sterk rennende zijn voorste voeten op Heliodorus geworpen heeft, en die daarop zat scheen een gouden harnas aan te hebben.

2 Makkabeeën 11:4
Geenszins overleggende de macht Gods, maar hoogmoedig zijnde op zijn vele duizenden te voet, en duizenden te paard, en de tachtig olifanten,

2 Makkabeeën 11:8
En zij deden gezamenlijk een kloekmoedige aanval; en als zij nog bij Jeruzalem waren, is hun een te paard zittende verschenen, die hun voorreed, in witte kleding, en zijn gouden wapenrusting schuddende.

2 Makkabeeën 12:20
En Judas Makkabeüs, zijn leger in slag-orden gesteld hebbende, bij hopen, stelde hen over die hopen, en viel op Timotheüs aan, die bij zich had honderdentwintigduizend te voet, en tweeduizendvijfhonderd te paard.

3 Makkabeeën 1:1
Als de koning Filopator verstond van degenen die wedergekeerd waren, dat de plaatsen, die hij bezet had, hem door Antiochus ontnomen waren, zo heeft hij al zijn krijgsvolk, beide te voet en te paard, ontboden;