Vindplaatsen van het woord pand in het nieuwe testament (3 verzen):

1 Timotheüs 6:20
O Timotheüs, bewaar het pand u toebetrouwd, een afkeer hebbende van het ongoddelijk ijdel-roepen, en van de tegenstellingen der valselijk genaamde wetenschap;

2 Timotheüs 1:12
Om welke oorzaak ik ook deze dingen lijde, maar word niet beschaamd; want ik weet, Wien ik geloofd heb, en ik ben verzekerd, dat Hij machtig is, mijn pand, bij Hem weggelegd, te bewaren tot dien dag.

2 Timotheüs 1:14
Bewaar het goede pand, dat u toebetrouwd is, door den Heiligen Geest, Die in ons woont.