Vindplaatsen van het woord rokken in het oude testament (7 verzen):

Genesis 3:21
En de HEERE God maakte voor Adam en zijn vrouw rokken van vellen, en toog ze hun aan.

Exodus 28:40
Voor de zonen van Aron zult gij ook rokken maken, en gij zult voor hen gordels maken; ook zult gij voor hen mutsen maken, tot heerlijkheid en sieraad.

Exodus 29:8
Daarna zult gij zijn zonen doen naderen, en zult hen de rokken doen aantrekken.

Exodus 39:27
Zij maakten ook de rokken van fijn linnen, van geweven werk, voor Aron en voor zijn zonen;

Exodus 40:14
Gij zult ook zijn zonen doen naderen, en zult hun de rokken aantrekken.

Leviticus 8:13
Ook deed Mozes de zonen van Aron naderen, en trok hun rokken aan, en gordde hen met een gordel, en bond hun mutsen op, gelijk als de HEERE Mozes geboden had.

Leviticus 10:5
Toen traden zij toe, en droegen hen, in hun rokken, tot buiten het leger, gelijk als Mozes gesproken had.