Vindplaatsen van het woord reukwerks in het oude testament (17 verzen):

Exodus 30:1
Gij zult ook een reukaltaar des reukwerks maken; van sittimhout zult gij het maken.

Exodus 30:37
Doch naar het maaksel dezes reukwerks, hetwelk gij gemaakt zult hebben, zult gijlieden voor uzelven geen maken; het zal u heiligheid zijn voor den HEERE.

Leviticus 16:13
En hij zal dat reukwerk op het vuur leggen, voor het aangezicht des HEEREN, opdat de nevel des reukwerks het verzoendeksel, hetwelk is op de getuigenis, bedekke, en dat hij niet sterve.

Numeri 7:14
Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

Numeri 7:20
En een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

Numeri 7:26
Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

Numeri 7:32
Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

Numeri 7:38
Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

Numeri 7:44
Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

Numeri 7:50
Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

Numeri 7:56
Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

Numeri 7:62
Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

Numeri 7:68
Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

Numeri 7:74
Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

Numeri 7:80
Een reukschaal van tien gouden sikkelen, vol reukwerks;

Numeri 7:86
Twaalf gouden reukschalen van reukwerks; elke reukschaal was van tien sikkelen, naar den sikkel des heiligdoms; al het goud der reukschalen was honderd en twintig sikkelen.

EzechiŽl 8:11
En zeventig mannen uit de oudsten van het huis IsraŽls, met Jaazanja, den zoon van Safan, staande in het midden van hen, stonden voor hun aangezichten; en een ieder had zijn rookvat in zijn hand, en een overvloedige wolk des reukwerks ging op.