Vindplaatsen van het woord roept in de apocriefe geschriften (14 verzen):

3 Ezra 3:16
Roept de jongelingen, en laat henzelf hun redenen verklaren; en zij werden geroepen, en kwamen binnen, en zij zeiden tot hen:

3 Ezra 4:36
De gehele aarde roept de waarheid aan, en de hemel looft dezelve, en al de werken worden bewogen en beven, en bij haar is geen onrecht.

4 Ezra 15:8
Ik zal niet zwijgen over hun goddeloosheid, die zij roekeloos begaan, en zal niet verdragen hetgeen zij onrechtvaardig doen. Ziet het onschuldig en rechtvaardig bloed roept tot mij; en de zielen der rechtvaardigen roepen zonder ophouden.

Tobias (Tobit) 6:21
Maar wanneer gij nu tot haar zult ingaan, zo staat beiden op, en roept de barmhartige God aan, en Hij zal u behouden, en zich uwer ontfermen.

Judith 7:15
En nu, roept hen tot u, en geeft de gehele stad over tot buit aan het volk van Holofernes, en aan al zijn heerkracht.

Judith 14:6
Maar eer gij dat doet, zo roept mij Achior, de Ammoniet, opdat hij zie en kenne degene, die het huis IsraŽls veracht heeft, en die hem tot ons als tot de dood heeft afgezonden; en zij riepen Achior uit het huis van Ozias. Als hij nu kwam, en het hoofd van Holofernes zag, in de hand van een man onder de vergadering des volks, zo viel hij op zijn aangezicht, en is in onmacht gevallen; maar als zij hem verkwikt hadden viel hij aan de voeten van Judith, en aanbad haar en zeide: Gezegend zijt gij in alle tenten van Juda, en onder alle volken; die van uw naam horen, die zullen zich ontzetten; en nu, verhaal mij al hetgeen gij in deze dagen gedaan hebt. En Judith verhaalde hem in het midden des volks, al hetgeen zij gedaan had, van de dag aan dat zij uitgegaan was, totdat zij met hen sprak; en als zij ophield van spreken, zo juichte het volk met luider stem, en verhief een stem van vreugde in hun stad.

Judith 16:2
En Judith zeide: Begint de lof mijns Heren met tambourijn; zing mijn Here met cimbalen, en dicht Hem kunstig een nieuwe Psalm; verheft, en roept zijn naam aan.

Boek der Wijsheid 13:18
En dat zwak is roept hij aan om gezondheid, en bidt hetgeen dat dood is om het leven, en hetgeen dat gans onbedreven is, dat smeekt hij om bijstand.

Boek der Wijsheid 14:1
WEDEROM iemand die zich toerust om scheep te gaan en voorheeft de wilde baren te doorreizen, die roept aan een hout, dat verrotter is dan het schip dat hem voert.

Baruch 3:1
ALMACHTIGE Here, gij God van IsraŽl, een ziel die in benauwdheid is, en een beangste geest roept tot u.

Baruch 3:33
Die het licht zendt, en het gaat voort; hij roept het, en het is hem gehoorzaam met beven.

Baruch 4:21
Hebt moed, kinderen, roept tot God, en hij zal u verlossen uit het geweld, en uit de hand der vijanden.

Baruch 4:27
Hebt moed, kinderen, en roept tot God, want die dit over u gebracht heeft zal uwer gedenken.

1 MakkabeeŽn 9:46
Roept dan nu tot God in de hemel, dat gij uit de handen der vijanden moogt behouden worden.