Vindplaatsen van het woord rede in het oude testament (27 verzen):

Genesis 4:23
En Lamech zeide tot zijn vrouwen Ada en Zilla: Hoort mijn stem, gij vrouwen van Lamech! neemt ter ore mijn rede! Voorwaar, ik sloeg wel een man dood, om mijn wonde, en een jongeling, om mijn buile!

Deuteronomium 32:2
Mijn leer druipe als een regen, mijn rede vloeie als een dauw; als een stofregen op de grasscheutjes, en als druppelen op het kruid.

2 SamuŽl 19:11
Toen zond de koning David tot Zadok en tot Abjathar, de priesteren, zeggende: Spreekt tot de oudsten van Juda, zeggende: Waarom zoudt gijlieden de laatsten zijn, om den koning weder te halen in zijn huis? (Want de rede van het ganse IsraŽl was tot den koning gekomen in zijn huis.)

2 SamuŽl 22:31
Gods weg is volmaakt; de rede des HEEREN is doorlouterd; Hij is een Schild allen, die op Hem betrouwen.

2 SamuŽl 23:2
De Geest des HEEREN heeft door mij gesproken, en Zijn rede is op mijn tong geweest.

Job 13:17
Hoort naarstiglijk mijn rede, en mijn aanwijzing met uw oren.

Job 21:2
Hoort aandachtelijk mijn rede, en laat dit zijn uw vertroostingen.

Job 24:25
Indien het nu zo niet is, wie zal mij leugenachtig maken, en mijn rede tot niet brengen?

Job 29:22
Na mijn woord spraken zij niet weder, en mijn rede drupte op hen.

Psalmen 17:6
Ik roep U aan, omdat Gij mij verhoort; o God! neig Uw oor tot mij; hoor mijn rede.

Psalmen 18:31
Gods weg is volmaakt; de rede des HEEREN is doorlouterd; Hij is een Schild allen, die op Hem betrouwen.

Psalmen 45:2
Mijn hart geeft een goede rede op; ik zegge mijn gedichten uit van een Koning; mijn tong is een pen eens vaardigen schrijvers.

Psalmen 49:5
Ik zal mijn oor neigen tot een spreuk; ik zal mijn verborgene rede openen op de harp.

Psalmen 105:19
Tot den tijd toe, dat Zijn woord kwam, heeft hem de rede des HEEREN doorlouterd.

Psalmen 119:11
Ik heb Uw rede in mijn hart verborgen, opdat ik tegen U niet zondigen zou.

Psalmen 119:148
Mijn ogen komen de nacht waken voor, om Uw rede te betrachten.

Psalmen 119:172
Mijn tong zal spraak houden van Uw rede, want al Uw geboden zijn rechtvaardigheid.

Spreuken 11:22
Een schone vrouw, die van rede afwijkt, is een gouden bagge in een varkenssnuit.

Spreuken 25:11
Een rede, op zijn pas gesproken, is als gouden appelen in zilveren gebeelde schalen.

Spreuken 26:16
De luiaard is wijzer in zijn ogen, dan zeven, die met rede antwoorden.

Spreuken 30:5
Alle rede Gods is doorlouterd; Hij is een Schild dengenen, die op Hem betrouwen.

Jesaja 5:24
Daarom, gelijk de tong des vuurs den stoppel verteert, en het kaf door de vlam verdaan wordt, alzo zal hun wortel als een uittering wezen; en hun bloem zal als stof opvaren; omdat zij verwerpen de wet des HEEREN der heirscharen, en de rede des Heiligen van IsraŽl versmaden.

Jesaja 28:23
Neemt ter ore en hoort mijn stem, merkt op en hoort mijn rede!

DaniŽl 6:13
Toen kwamen zij nader, en spraken voor den koning van het gebod des konings: Hebt gij niet een gebod getekend, dat alle man, die in dertig dagen van enigen god of mens iets verzoeken zou, behalve van u, o koning! in den kuil der leeuwen zou geworpen worden? De koning antwoordde en zeide: Het is een vaste rede, naar de wet der Meden en Perzen, die niet mag herroepen worden.

DaniŽl 6:15
Toen de koning deze rede hoorde, was hij zeer bedroefd bij zichzelven, en hij stelde het hart op DaniŽl om hem te verlossen; ja, tot den ondergang der zon toe bemoeide hij zich, om hem te redden.

DaniŽl 7:28
Tot hiertoe is het einde dezer rede. Wat mij DaniŽl aangaat, mijn gedachten verschrikten mij zeer, en mijn glans veranderde aan mij; doch ik bewaarde dat woord in mijn hart.

Habakuk 3:2
HEERE! als ik Uw rede gehoord heb, heb ik gevreesd; Uw werk, o HEERE! behoud dat in het leven in het midden der jaren, maak het bekend in het midden der jaren; in den toorn gedenk des ontfermens.