Vindplaatsen van het woord rafam in de apocriefe geschriften (1 vers):

Judith 8:1
EN in die dagen hoorde zulks Judith, een dochter van Merari, de zoon van Ors, de zoon van Jozef, de zoon van Oziël, de zoon van Helkia, de zoon van Ananias, de zoon van Gedeon, de zoon van Rafam, de zoon van Akitho, de zoon van Elia, de zoon van Eliab, de zoon van Nathanaël, de zoon van Salamiël, de zoon van Sarasadaï, de zoon van Israël.