Vindplaatsen van het woord rechtvaardig in de apocriefe geschriften (26 verzen):

4 Ezra 5:11
En het ene land zal het andere, dat naast gelegen is, vragen, en zeggen: Is ook de gerechtigheid, die rechtvaardig maakt, door u getogen? En het zal zeggen: Neen.

4 Ezra 14:32
En alzo hij een rechtvaardig rechter is, zo heeft hij van ulieden indertijd genomen, hetgeen hij gegeven had.

4 Ezra 15:8
Ik zal niet zwijgen over hun goddeloosheid, die zij roekeloos begaan, en zal niet verdragen hetgeen zij onrechtvaardig doen. Ziet het onschuldig en rechtvaardig bloed roept tot mij; en de zielen der rechtvaardigen roepen zonder ophouden.

Tobias (Tobit) 3:2
Here, gij zijt rechtvaardig, en al uw wegen zijn barmhartigheid en waarheid, en gij oordeelt een waarachtig en rechtvaardig oordeel in der eeuwigheid.

Tobias (Tobit) 14:9
En nu, mijn zoon, vertrek van Nineve, want die dingen zullen zeker geschieden, die de profeet Jona gesproken heeft, maar gij, bewaar de wet en de geboden, en heb barmhartigheid lief, en zijt rechtvaardig, opdat het u welga; en begraaf mij heerlijk en uw moeder met mij, en blijf niet langer in Nineve.

Boek der Wijsheid 9:12
En mijn werken zullen aangenaam zijn, en ik zal uw volk rechtvaardig richten, en zal waardig zijn de troon mijns vaders.

Boek der Wijsheid 12:15
Maar daar gij rechtvaardig zijt, regeert gij alle dingen rechtvaardig, en acht het vreemd te zijn van uw macht, te veroordelen degene, die niet schuldig is om gestraft te worden.

Boek der Wijsheid 14:30
Doch zij zullen om deze beide dingen rechtvaardig gestraft worden, dat zij een kwaad gevoelen hebben van God, aanhangende de afgoden; en dat zij onrechtvaardig met bedrog zweren, en de heiligheid verachten.

Boek der Wijsheid 19:13
Niet zonder voorgaande tekenen van zekere geweldige bliksemen, want zij leden rechtvaardig voor hun eigen boosheden, dewijl zij een zwaarder vijandschap tegen vreemdelingen geoefend hadden als die van Sodom; want dezen namen de onbekenden die daar kwamen niet aan, maar genen dwongen tot dienstbaarheid de vreemdelingen, die hun weldaden bewezen hadden.

Jezus Sirach 7:5
Rechtvaardig u niet voor de Here, en houd u niet voor wijs bij de koning.

Jezus Sirach 18:2
De Here is alleen rechtvaardig, en daar is geen ander dan hij; hij heeft de wereld gebouwd met de span zijner hand, en alle dingen zijn zijn wil gehoorzaam. Want hij is een koning aller dingen door zijn kracht, onderscheiden daarin hetgeen heilig is van het onheilige.

Jezus Sirach 18:22
Laat u niet hinderen uw belofte te betalen ter bekwamer tijd, en verwijl niet tot aan de dood rechtvaardig te worden.

Jezus Sirach 19:23
Daar is een vlijtige arglistigheid, en ze is onrechtvaardig, en menigeen is er die de genade verandert, om het recht te doen blijken, en menigeen is er die rechtvaardig oordeelt, en die is wijs.

Jezus Sirach 44:18
Noach werd volkomen bevonden en rechtvaardig, in de tijd des toorns geschiedde hem vergelding.

Baruch 2:9
En de Here is wakker geweest in de straffen, en de Here heeft die over ons gebracht, want de Here is rechtvaardig in al zijn werken, die hij ons heeft geboden.

Esther (apocr.) 14:7
Gij zijt rechtvaardig, Here, en nu zijn zij niet vergenoegd, dat zij ons in bittere dienstbaarheid houden.

Gebed van Azaria (Dan. 3) 1:27
Want gij zijt rechtvaardig in alles, wat gij ons gedaan hebt; en al uw werken zijn waarachtig, en uw wegen zijn recht, en al uw oordelen zijn waarheid.

Susanna (Dan. 13) 1:3
Want hare ouders waren rechtvaardig en hadden hun dochter onderwezen naar de wet van Mozes.

2 MakkabeeŽn 1:24
En het gebed geschiedde op deze wijze: Here, Here God, die een schepper zijt aller dingen, gij die vreselijk zijt, en sterk, en rechtvaardig, en een ontfermen, gij die alleen koning zijt, en goedertieren.

2 MakkabeeŽn 1:25
Gij die alleen milddadig zijt, alleen rechtvaardig, en almachtig, en eeuwig, gij die IsraŽl behoudt van alle kwaad, gij die onze vaderen hebt gemaakt tot uitverkorenen, en hebt geheiligd;

2 MakkabeeŽn 7:38
En dat in mij en mijn broeders ophoude de toom des Almachtigen, die op al ons geslacht rechtvaardig gebracht is.

2 MakkabeeŽn 9:6
Zeer rechtvaardig, als die met vele en vreemde ellendigheden de ingewanden van anderen gepijnigd had.

2 MakkabeeŽn 9:18
Maar als de pijnen geenszins ophielden, (want het rechtvaardig oordeel Gods was over hem gekomen) aan zichzelf wanhopende, schreef hij aan de Joden deze ondergeschreven brief, hebbende een wijze van afbidding, van deze inhoud:

2 MakkabeeŽn 13:8
En dat zeer rechtvaardig, want hij had vele zonden gedaan tegen het altaar, waar het heilig vuur was, en de as, en daarom heeft bij zijn dood in de as gevonden.

3 MakkabeeŽn 2:3
Want gij, die alles geschapen, en aller dingen macht hebt, gij zijt een rechtvaardig vorst, en die uit wrevel en hoogmoed iets doet, oordeelt gij.

3 MakkabeeŽn 2:16
Hier heeft God, die alles ziet, en boven alles heilig is, in het heiligdom dit rechtvaardig gebed verhoord, en heeft hem gegeseld, die zichzelf met smaad en trotsheid grotelijks verheven had, hem aan alle zijden slingerende gelijk het riet van de wind, zodat hij nu op de vloer lag, machteloos, en ook lam aan zijn leden, noch spreken kon, overmits hij door het rechtvaardig oordeel Gods geheel verstrikt was.