Vindplaatsen van het woord rein in de apocriefe geschriften (5 verzen):

Judith 12:9
En inkomende, bleef zij rein in de tent, totdat men haar haar spijs bracht tegen de avond.

Boek der Wijsheid 7:22
Want in haar is een geest die verstandig is, heilig, enig, menigvuldig, fijn, vaardig, rein, onbesmet, klaar, zacht, beminnende het goed, scherp, die niet kan verhinderd worden, weldadig.

Boek der Wijsheid 14:24
Zo bewaren zij toch voorts niet meer, noch leven noch echtstaat rein; maar ˛f de een brengt de ander om door list, ˛f doet hem smart aan door overspel.

Susanna (Dan. 13) 1:46
En hij riep met luider stem: Ik ben rein van dit bloed;

2 MakkabeeŰn 7:40
En deze is dan zo rein gestorven, geheel op de Here vertrouwende.