Vindplaatsen van het woord roeit in het oude testament (2 verzen):

Psalmen 73:27
Want ziet, die verre van U zijn, zullen vergaan; Gij roeit uit, al wie van U afhoereert;

Jeremia 50:16
Roeit uit van Babel den zaaier, en dien, die de sikkel handelt in den oogsttijd; laat hen vanwege het verdrukkende zwaard, zich keren, een iegelijk tot zijn volk, en vlieden, een iegelijk naar zijn land.