Vindplaatsen van het woord roemt in het nieuwe testament (10 verzen):

Romeinen 2:17
Zie, gij wordt een Jood genaamd en rust op de wet; en roemt op God,

Romeinen 2:23
Die op de wet roemt, onteert gij God door de overtreding der wet?

Romeinen 11:18
Zo roem niet tegen de takken; en indien gij daartegen roemt, gij draagt den wortel niet, maar de wortel u.

1 KorinthiŽrs 1:31
Opdat het zij, gelijk geschreven is: Die roemt, roeme in den Heere.

1 KorinthiŽrs 4:7
Want wie onderscheidt u? En wat hebt gij, dat gij niet hebt ontvangen? En zo gij het ook ontvangen hebt, wat roemt gij, alsof gij het niet ontvangen hadt?

2 KorinthiŽrs 10:17
Doch wie roemt, die roeme in den Heere.

Jakobus 2:13
Want een onbarmhartig oordeel zal gaan over dengene, die geen barmhartigheid gedaan heeft; en de barmhartigheid roemt tegen het oordeel.

Jakobus 3:5
Alzo is ook de tong een klein lid, en roemt nochtans grote dingen. Ziet, een klein vuur, hoe groten hoop houts het aansteekt.

Jakobus 3:14
Maar indien gij bitteren nijd en twistgierigheid hebt in uw hart, zo roemt en liegt niet tegen de waarheid.

Jakobus 4:16
Maar nu roemt gij in uw hoogmoed; alle zodanige roem is boos.