Vindplaatsen van het woord roep in de apocriefe geschriften (6 verzen):

4 Ezra 2:5
Doch u, o Vader, roep ik tot getuige over de moeder dezer kinderen, die mijn verbond niet hebben willen houden:

4 Ezra 4:5
Toen sprak ik: Zeg aan mij Here; en hij zeide tot mij: Ga heen, en weeg mij het gewicht des vuurs, of meet me het geblaas van de wind, of roep mij de dag weer, die voorbijgegaan is.

4 Ezra 15:20
Zie ik roep tezamen, spreekt de Here, al de koningen der aarde om mij te vrezen, welke daar zijn van het westen, en van het zuiden, en van het oosten, en van Libanon, om tegen zichzelf te keren, en te vergelden hetgeen zij hun aangedaan hebben.

Tobias (Tobit) 4:2
En hij zeide bij zichzelf: Ik heb om de dood gebeden, waarom roep ik dan Tobias mijn zoon niet, opdat ik het hem te kennen geve, eer ik sterf? En hem geroepen hebbende, zeide hij:

Tobias (Tobit) 5:11
En ingegaan zijnde, zeide hij tot zijn vader: Zie ik heb een gevonden die met mij reizen zal. En hij sprak: Roep hem tot mij, opdat ik mag verstaan van welke stam hij is, en of hij trouw is om met u te reizen; en hij riep hem.

Jezus Sirach 13:17
Hebt de Here lief al uw leven lang, en roep hem aan tot uw behoudenis.